1 SAMUEL 25
Verdediging van Vertaling
Juda Brinkman
09 mei 2022
1 Samuel 25: Conclusie
Commentaar
Het Hebreeuwse stamwoord wordt inderdaad vaak gebruikt als een gelukswens, voor een lang, gelukkig, en gezegend leven (zie 1 Samuel 10:243; 1 Koningen 1:254; 1 Koningen 1:345), maar de vorm van het Hebreeuwse woordje is in deze verzen consistent anders; op deze plaatsen staat namelijk “יְחִ֥י” (“yə·ḥî”)6, niet “לֶחָ֑י” (“le·ḥāy”)2, zoals in dit vers.
De constructie van “לֶחָ֑י”, beginnende met “לֶ” (“le”), komt slechts op één plaats voor in de Schrift, en dat is dit vers. Maar de grammaticale constructie die begint met “לֶ”, waar een stam van een woord aan wordt vastgeplakt, komen we veel vaker tegen (Exodus 2:137 met alle instanties van “לָֽרָשָׁ֔ע” (“lā·rā·šā‘”)8, Leviticus 25:309; Deuteronomium 7:1010; 2 Kronieken 15:511; Job 3:2012; Psalm 136:7)13. In alle instanties waar er in de context vóór deze constructie iets staat als in de voorbeelden hierboven, zoals “en u zult zeggen”, “en hij zij”, “dan behoort het huis” en “in die tijden was er geen vrede”, dan betekent de constructie die begint met “לֶ” tot wie of voor wie deze dingen zijn; “en u zult zeggen tot”, “en hij zij tot”, “dan behoort het huis tot”, “in die tijden was er geen vrede voor”.
Dit is dus ook zo in het vers wat we nu bespreken. Dat betekent dat er eigenlijk staat, “Dit moeten jullie zeggen tot die man die leeft”. Wat David hiermee bedoelt is geen moeilijk-te-begrijpen mysterie. Hij zegt hier niet slechts dat zijn knechten moeten praten tegen hem die leeft, want dat hij leeft spreekt voor zich! Wat door de KJV, NKJV, SV en HSV schuingedrukt wordt toegevoegd, is zonder twijfel de juiste betekenis, want zoals we al gezien hebben (zie de tweede alinea) wordt dit Hebreeuwse woord dus op andere plekken gebruikt voor het geluk toewensen in het leven van een persoon – meestal een koning. Het betekent dus niet zomaar ‘leven’, maar een ‘zalig, welvarend leven’ en deze vertalingen vertalen het allemaal dus goed!
De ESV laat “who lives (in prosperity)” hier weg, waarbij het betekent dat het iets minder van Gods woorden bevat, maar het niet minder Gods Woord is. Er staat hier dus niks fouts.
In vers 2 van dit hoofdstuk lezen we dat Nabal drieduizend schapen en duizend geiten had, en dat hij “bij het scheren van zijn schapen in Karmel” was. Vervolgens stuurt David zijn knechten om te vragen naar voedsel en drinken, waarna Nabal weigert en zegt:
“Zou ik dan mijn brood, mijn water en mijn vlees nemen, dat ik voor mijn schaapscheerders geslacht heb, en zou ik het aan mannen geven van wie ik niet weet waar zij vandaan komen?” - 1 Samuel 25:11 (HSV)
In andere woorden, hij heeft voor zijn schaapscheerders een grote hoeveelheid eten en drinken voorbereid. Wanneer zijn vrouw Abigaïl in vers 18 vervolgens wel proviand meegeeft aan David, geeft ze “tweehonderd broden, twee zakken wijn, vijf toebereide schapen, vijf maten geroosterd koren, honderd rozijnenkoeken en tweehonderd klompen vijgen”; duidelijk een feestelijke hoeveelheid! Verder lezen we:
“Toen Abigaïl bij Nabal kwam, zie, toen hield hij juist een maaltijd in zijn huis, als een koningsmaal. Het hart van Nabal was vrolijk in hem en hij was erg dronken. Daarom vertelde zij hem tot het morgenlicht geen woord, kort of lang.” - 1 Samuel 25:36 (HSV)
In 2 Samuel 13 lezen we verder nog:
“Het gebeurde twee volle jaren later, toen Absalom schaapscheerders aan het werk had in Baäl-Hazor, dat bij Efraïm ligt, dat Absalom alle zonen van de koning uitnodigde.” - 2 Samuel 13:23 (HSV)
In Esther wordt “ט֖וֹב” (“ṭō·wḇ”)15 meerdere keren gebruikt om duidelijk een feestdag aan te geven, zie daarvoor Esther 8:1716; 9:1317, 1918, 2219.
Als laatste noem ik nog kort een citaat dat wordt aangehaald in het bijbelcommentaar van Jamieson-Fausset-Brown, Fausset & Brown20 over dit schaapscheerfeest: “"In all these particulars we were deeply struck with the truth and strength of the biblical description of manners and customs almost identically the same as they exist at the present day. On such a festive occasion, near a town or village, even in our own time, an Arab sheik of the neighboring desert would hardly fail to put in a word either in person or by message; and his message, both in form and substance, would be only a transcript of that of David" [Robinson].”.
Dit alles betekent dus dat zowel “goede dag / good day” als “feestdag / feast day” volledig kloppende vertalingen zijn.
Ten eerste; de KJV, NKJV en SV zijn met “wat gij doen zult” trouwer aan de Hebreeuwse grondtekst van Gods Woord dan de HSV met "wat u doen kunt", maar de HSV doet de Schrift hier geen geweld aan met hun vertaling. Terwijl er een wezenlijk verschil is tussen “kunnen” en “zullen”, is het verschil tussen “wat u kan doen” en “wat u zal doen” hier aan de verwaarloosbare kant. De knechten spreken namelijk tot Abigaïl met het verzoek: “Doe alstublieft iets, voordat David Nabals huis vernietigd!”. “Wat u kunt doen” en “wat gij doen zult” zijn in deze context zowat synoniem aan elkaar, omdat de knechten niet weten wat ze moeten doen en dit probleem neerleggen bij Abigaïl, juist omdat ze weten dat zij wijs met de situatie kan omgaan. Het kan niet begrepen worden uit dit vers, in welke van deze vertalingen ook, dat ze Abigaïl een plicht opleggen; het zijn immers de knechten van Nabal en Abigaïl. Ze vragen haar in deze stressvolle situatie om hulp. “Wat u kunt doen” wijkt dus enigszins meer af van de grondtekst, maar doet geen schade aan de betekenis van het vers en klopt dus.
Ten tweede; is hij “een zoon van Belial”, of “een verdorven man”? Het antwoord is dat deze termen hetzelfde betekenen. Zo leggen de Statenvertalers in de voetnoten onder Deuteronomium 13:13 uit: “Het Hebreeuwsche woord Belijaal beteekent zoveel in onze spraak als een deugniet, of iemand zonder juk; dat is, een onbandig mensch die zich onder geen tucht of wet wil buigen.”.
De ESV klopt ook in dit vers.
We hebben het dus over klaargemaakte producten van rozijnen en vijgen. De enige manier waarop je een bereid product van klompen van rozijnen en vijgen kan krijgen is door ze tenminste bij elkaar te drukken of ze ergens mee/in te bakken, waardoor je dus een “koek”, “klomp”, “cake” of “cluster” krijgt; al deze vertalingen vertalen dit dus juist, de ESV ook.
Ten eerste, de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament is over het algemeen veel betrouwbaarder en nauwkeuriger dan de Griekse ("de Septuaginta"/"LXX") van het Oude Testament. Dit is goed te zien door te kijken naar andere plaatsen in het Oude Testament, waar het aan de hand van – met name Bijbelse – argumenten duidelijk te laten zien is dat de Griekse lezing niet kan kloppen. Ook dit vers is hier een voorbeeld van; zie het derde argument hieronder.
Op veel plaatsen is het zelfs duidelijk te laten zien dat de Griekse manuscripten een lezing hebben die met opzet afwijkt van de Hebreeuwse tekst, waar, toen die lezing is ontstaan, de persoon die de tekst kopiëerde en/of vertaalde dacht dat er een probleem of tegenstrijdigheid aanwezig was in de Hebreeuwse tekst en dat hij de tekst "herstelde" door het te veranderen. Vandaag de dag is het niet anders, en ook hier denken veel vertalingen de Hebreeuwse tekst te "verbeteren" door wat in hun ogen de originele lezing is te volgen die in een aantal Griekse manuscripten bewaard zou zijn. In mijn aantekeningen bij andere verzen en in het derde argument bij dit vers, zal langzaam duidelijk worden hoe ontzettend betrouwbaar en nauwkeurig de Hebreeuwse Masoretische tekst is en hoe regelmatig onbetrouwbaar de Griekse manuscripten van het Oude Testament zijn.
Deze algemene betrouwbaarheid betekent in ieder geval dat, tenzij er een heel sterk argument is voor het volgen van de Griekse manuscripten in plaats van de Hebreeuwse tekst, we geen reden hebben om af te wijken van de Hebreeuwse tekst en dat ook niet moeten doen. Bij dit vers is er geen goed argument voor het volgen van het aantal Griekse manuscripten met "David" en het verlaten van de Hebreeuwse lezing "de vijanden van David", en dus zouden we op basis van de algemene betrouwbaarheid van de Hebreeuwse tekst en de algemene onbetrouwbaarheid van de Griekse manuscripten alleen al de Hebreeuwse lezing moeten volgen.
Ten tweede, het Oude Testament van de Latijnse Vulgata, rond de derde/vierde eeuw na Christus gemaakt door een man genaamd Hieronymus, is vertaald vanuit de Hebreeuwse manuscripten van die tijd (met uitzondering van de Psalmen in de eerdere edities). Dit Oude Testament sluit heel dicht aan op het Oude Testament van de Masoretische tekst uit de tiende eeuw na Christus, en is dus een vroege getuige van de nauwkeurigheid van de Hebreeuwse tekst, zorgvuldig bewaard door de Joden. De Vulgata is het bijna altijd eens met de Masoretische tekst, en ondersteunt het hier dus ook. We lezen in de Vulgata26 (Vertaling: Douay Rheims): "May God do so and so, and add more to the foes of David".
Ten derde, deze lezing van een aantal Griekse manuscripten heeft een groot probleem. Ik zal eerst uitleggen hoe we de Hebreeuwse lezing moeten begrijpen, en waarom daarbij geen tegenstrijdigheid is met de rest van het verhaal. Daarna zal ik uitleggen hoe we de Griekse lezing moeten begrijpen, en waarom daarbij wel een tegenstrijdigheid bestaat met de rest van het verhaal. Ik zal de twee verschillende lezingen nog even naast elkaar zetten op basis van de HSV, voordat ik precies uitleg wat het probleem is:
Bij zowel de Hebreeuwse als de Griekse lezing is wat David zegt een voorwaardelijke vloek. David wenst zijn vijanden of zichzelf de dood toe, in het geval dat hij zijn plan niet volbrengt.
Bij de Hebreeuwse lezing – "God mag zó en nog veel erger doen met de vijanden van David..." – sluit David eigenlijk een hele wijze gelofte, waar óf de Heilige Geest eigenlijk de auteur van is, en er zo voor heeft gezorgd dat David niet zondigde door een overhaaste gelofte te maken, óf David zelf, als hij gewoon goed over zijn woorden heeft nagedacht voor hij ze heeft uitgesproken. Het kan natuurlijk ook goed een combinatie zijn van beiden.
Als wat David wilde doen, al het mannelijke van Nabal vermoorden, namelijk rechtvaardig was geweest (in Gods ogen het goede om in die situatie te doen) en hij zichzelf had tegengehouden om dat te doen, was hij zelf zijn eigen vijand geweest, en zou hij dus bestraft worden. Als David echter niet rechtvaardig geweest zou zijn in zijn moordcampagne – wat ook zo bleek te zijn – en zich daarvan zou weerhouden – wat hij ook heeft gedaan – is hij niet zijn eigen vijand, en zou God volgens Davids gelofte afrekenen met de echte vijanden van David; in dit geval was deze echte vijand Nabal. Zo wordt Davids gelofte gewoon vervuld, en heeft hij dus niet gezondigd.
Aan de andere kant, als de lezing van de Griekse manuscripten klopt – "God mag zó en nog veel erger doen met David..." – is de voorwaardelijke vloek op niemand anders dan David. Wanneer David zijn plan dan niet uitvoert, zou God hem op basis van de gelofte misschien wel doden, maar op zijn minst zou het gelden als zonde. Als het namelijk onrechtvaardig is dat David al het mannelijke van Nabal zou uitmoorden, is zijn gelofte in de naam van God om dit te doen ook onrechtvaardig geweest. Bij de Hebreeuwse lezing komt de vloek volgens Davids gelofte dan ook over Davids vijand, Nabal, maar bij de Griekse lezing komt de vloek vervolgens niet over David; hij overleeft het immers, en we lezen in de rest van 1 en 2 Samuel over zijn leven.
Dat is dus eigenlijk al een probleem met de Griekse lezing, maar laten we het hierin het voordeel van de twijfel geven, en ervanuit gaan dat dit simpelweg betekent dat God deze domme gelofte door de vingers ziet; zelfs in dat geval kan de Griekse lezing niet kloppen. Dat komt omdat Leviticus 5 een overhaaste gelofte duidelijk beschrijft als zonde, ongerechtigheid en schuld tegenover God waarvan een mens zich moet bekeren en, volgens de wet, ook een offer voor moet brengen:
"4 Of als een persoon zweert om iets goeds te doen of iets kwaads, terwijl de woorden ondoordacht over zijn lippen komen – naar alles wat de mens ondoordacht in een eed kan uitspreken – hoewel het voor hem verborgen is, en hij het later te weten komt, dan is hij toch aan een van die woorden schuldig. 5 Het zal gebeuren, als iemand aan een van deze dingen schuldig is, dat hij dan moet belijden waarin hij gezondigd heeft. 6 Hij moet vervolgens als zijn schuldoffer vanwege zijn zonde, die hij begaan heeft, aan de HEERE een vrouwtje uit het kleinvee brengen: een lam of een geit als zondoffer. Zo zal de priester verzoening voor hem doen vanwege zijn zonde." - Leviticus 5:4-6 (HSV)
"17 En wanneer een persoon zondigt en één van alle geboden van de HEERE overtreedt, wat niet gedaan mag worden, ook al wist hij het niet, dan is hij toch schuldig en moet hij zijn ongerechtigheid dragen. 18 Hij moet een ram zonder enig gebrek uit het kleinvee tegen een door u bepaalde waarde als schuldoffer naar de priester brengen. De priester zal zo verzoening voor hem doen voor zijn zonde, die hij zonder opzet en zonder het te weten gedaan heeft, en het zal hem vergeven worden. 19 Het is een schuldoffer, want hij heeft zich zeker schuldig gemaakt tegenover de HEERE." - Leviticus 5:17-19 (HSV)
Dat betekent dus dat David in de Griekse lezing heeft gezondigd, maar het punt van het hele verhaal is dat God David, door Abigaïl, juist weerhoudt van zonde! David zegt immers zelf, na de dood van Nabal, dat God hem "weerhouden heeft van het kwade":
"Toen David hoorde dat Nabal dood was, zei hij: Gezegend zij de HEERE, Die het voor mij opgenomen heeft, vanwege mijn smaad, van de hand van Nabal, en Zijn dienaar weerhouden heeft van het kwade, en dat de HEERE het kwaad van Nabal op diens hoofd heeft doen terugkeren! En David stuurde boden eropuit en liet hen met Abigaïl bespreken dat hij haar tot vrouw wilde nemen." - 1 Samuel 25:39 (HSV)
Eerst dit: wat betekent het precies als iemand zegt: “God heeft mij weerhouden van het kwade”? Bedoelt hij dan slechts dat God hem in een situatie heeft weerhouden van een enkele kwade daad – zoals, in dit geval bij David, het vermoorden van alle mannen van Nabal – of van alle mogelijke kwade daden?
Het betekent zeker het tweede, want wat is het nut van de uitspraak: “God heeft mij weerhouden van zonde, en heeft de ander gestraft voor zijn zonde”, als je die uit zou kunnen spreken in een situatie waar je bijvoorbeeld – naast de enkele zonde waar God je van heeft weerhouden – 99 andere zonden hebt gedaan? Dan zou zo’n uitspraak compleet betekenisloos en bovendien ontzettend misleidend zijn! Als je dat zou zeggen tegen iemand die niet van de situatie weet, ben je in feite tegen hem aan het liegen, omdat je weet dat hij dan hoort: “God heeft ervoor gezorgd dat ik niet heb gezondigd, en ik ben dus onschuldig (maar de ander niet)”. Dat is dus duidelijk de betekenis van de zin.
Zo is het dus ook in dit geval, waar David zijn eigen kwaad vergelijkt met dat van Nabal. Hij bedoelt dat hij in deze situatie niet gezondigd heeft, en Nabal wel. David is volledig onschuldig, en Nabal volledig schuldig. Het beginpunt van deze situatie is trouwens het moment dat Nabal tegen David zondigt, sinds David de zonde van Nabal noemt in de vergelijking. David zegt dus dat hij in die hele situatie niet heeft gezondigd.
Maar, als de Griekse lezing klopt, zou David dus wel hebben beseft dat zijn plan slecht was – want hij voert het niet uit – maar niet dat hij heeft gezondigd. Niemand wijst David op dit feit, zelfs God niet. Het grote onoplosbare probleem hiermee is dat, terwijl David deze zonde die hij begaan zou hebben niet belijdt, er geen enkele straf of enkel gevolg aan hangt, terwijl dat in een situatie met Saul wel zo is:
"en van de mannen van Israël werd op die dag veel gevergd, want Saul had het volk bezworen: Vervloekt is de man die vóór de avond voedsel tot zich neemt, voordat ik mij aan mijn vijanden gewroken heb! Daarom gebruikte heel het volk geen voedsel." - 1 Samuel 14:24 (HSV)
"Maar Jonathan had het niet gehoord, toen zijn vader het volk bezworen had. Hij stak de punt van de stok die in zijn hand was, uit en doopte hem in een honingraat. Daarop bracht hij zijn hand naar zijn mond en stonden zijn ogen weer helder." - 1 Samuel 14:27 (HSV)
"36 Daarna zei Saul: Laten wij vannacht de Filistijnen achternatrekken, hen plunderen totdat het morgen licht wordt en niet één man onder hen overlaten. Zij zeiden: Doe alles wat goed is in uw ogen. Maar de priester zei: Laten wij hier tot God naderen. 37 Toen vroeg Saul aan God: Zal ik de Filistijnen achternatrekken? Zult U hen in de hand van Israël overgeven? Maar Hij antwoordde hem die dag niet. 38 Toen zei Saul: Alle leiders van het volk moeten hierheen komen, en te weten zien te komen waarin deze zonde van vandaag bestaat." - 1 Samuel 14:36-38 (HSV)
"42 Toen zei Saul: Werp het lot tussen mij en mijn zoon Jonathan. Toen werd Jonathan aangewezen. 43 Saul zei tegen Jonathan: Vertel mij wat je gedaan hebt. Toen vertelde Jonathan het hem, en zei: Ik heb maar een beetje honing gebruikt met de punt van de stok die ik in mijn hand had; zie, hier ben ik, moet ik sterven?" - 1 Samuel 14:42-43 (HSV)
Ook hier legt Saul, net zoals David in de Griekse lezing van 1 Samuel 25:22, een dwaze, overhaaste gelofte af, met als gevolg dat wanneer deze gelofte per ongeluk verbroken wordt door Jonathan, God hem niet eens antwoord! Moeten we dan geloven dat als David werkelijk hetzelfde had gedaan, God niet alleen volledig bij David was gebleven, maar Hij zelfs positief actie ondernam door Davids vijand, Nabal, om te brengen?
Nee; het is duidelijk dat de Hebreeuwse lezing hier klopt, en dat de KJV, NKJV, SV en HSV hier dus in hun recht staan. Ook de ESV volgt hier de Hebreeuwse tekst, en klopt dus.
De eerste is een uitroep zoals “Och!” of “Oh!” die respect aantoont voor de persoon die wordt aangesproken. In alle instanties waar we het woordje “בי” (“bî”)28 direct voor het woordje “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 vinden – in een enkel geval met een kleine variatie in spelling – is het door de context duidelijk dat het vertaald moet worden met “Och!” of “Oh!”; zie: Genesis 43:2030; 44:1831; Exodus 4:1032, 1333; Numeri 12:1134; Jozua 7:835; Rechteren 6:1336, 1537; 13:838; 1 Samuel 1:2639; 1 Koningen 3:1740, 2641. Dat betekent dat dit dus duidelijk de definitie is wanneer we het direct voor “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 vinden.
“בי” (“bî”)28 wordt echter ook nog op een tweede manier gebruikt, wanneer het niet direct voor “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 staat, in de volgende verzen: 1 Samuel 20:842; 2 Samuel 1:943; 14:3244; 22:2045; Job 6:1346; 19:2847; 27:348; 28:1449; Psalm 18:1950; 38:251; 139:2452; Jesaja 57:1353; Jeremia 2:554; 39:1855; Daniël 10:856, 1757. In al deze verzen betekent “בי” (“bî”)28 letterlijk “in mij”.
Hoe moeten we “בי” (“bî”)28 dan begrijpen in 1 Samuel 25:24? Drie bewijsstukken vertellen ons dat de tweede betekenis hier juist is.
Ten eerste staan “בי” (“bî”)28 en “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 hier niet direct naast elkaar, er staat namelijk nog een woord tussen: “אֲנִ֥י” (“’ă·nî”)58, wat “mij” of “ik” betekent. Dit, terwijl in alle andere instanties van de eerste betekenis van “בי” (“bî”)28, het wel direct naast “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 staat.
Ten tweede staat er een “-“ tussen “בי” (“bî”)28 en “אֲנִ֥י” (“’ă·nî”)58. De “-“ is de Maqaf en is eigenlijk het Hebreeuwse koppelstreepje. De functie hiervan is, volgens Wikipedia59, “to show that two words should be considered one for the purpose of dagesh placement, vowels, stress (ṭaʿam, טַעַם), and cantillation.”. Het laat dus zien dat de lezer de twee woorden die zo met elkaar verbonden zijn "samen" moet uitspreken. Dit laat op zijn beurt natuurlijk zien dat de woorden in betekenis bij elkaar horen, en als “בי” (“bî”)28 dan niet direct bij “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29 hoort, moet de tweede betekenis van “בי” (“bî”)28 hier kloppen.
Er is een grotere discussie rond de vraag of dit soort kleine tekens, die vooral helpen met uitspraak, door Gods Geest zijn opgeschreven, of dat ze later zijn toegevoegd door de Joden zelf. Maar zelfs als we uitgaan van dat laatste, is het een sterk argument.
We weten namelijk dat de Joden het Woord van God zowel schriftelijk als mondeling heel nauwkeurig hebben bewaard, en daar hoort de uitspraak van de Schrift dus bij, omdat God Zijn volk in het Oude Testament meerdere keren opdraagt om zijn Woord binnenstebuiten te kennen door het te lezen, uit te spreken en te onthouden. Ook als het zo is dat deze tekentjes pas later zijn toegevoegd, kwamen deze echt niet uit de lucht vallen, maar waren ze gewoon in overeenstemming met hoe Gods Woord altijd bij de Joden is uitgesproken wanneer het gelezen werd.
Ten derde en tot slot, let vooral op 1 Samuel 20:842 en 2 Samuel 14:3244, waar net zoals in 1 Samuel 25:24 een vorm van het woordje “עָוֹן” ("avon”)60 gebruikt wordt, wat vertaald wordt met “iniquity”/“misdaad”. De ongerechtigheid is “in” iemand, omdat hij zogezegd vervuild is door deze ongerechtigheid. Dat is precies wat Abigaïl hier zegt tegen David: "Laat deze ongerechtigheid in mij zijn heer!". De tweede betekenis van “בי” (“bî”)28 is dus heel passend op deze plaats.
Dat betekent dus dat “בי” (“bî”)28 hier betrekking heeft op “אֲנִ֥י” (“’ă·nî”)58, en niet “אֲדֹנִ֖י” (“’ă·ḏō·nî,”)29. Deze drie dingen laten duidelijk zien dat de tweede definitie hier de juiste is.
Dat betekent dat er in het Hebreeuws dus staat (zonder toevoeging van nodige Nederlandse woorden): “In mij, mijn heer, mij deze ongerechtigheid.”. Met de nodige vertaalslagen staat er: “Op mij, mijn heer, op mij zij deze ongerechtigheid.”. In wat moderner Nederlands zou je iets krijgen als: “Op mij, mijn heer, laat deze ongerechtigheid op mij zijn.”. Zo kom je dus eigenlijk uit op de vertaling van de KJV en NKJV.
De “Och” van de SV en de HSV geeft hier overigens ook de juiste betekenis weer, omdat “Och” de kern van dat wat Abigaïl zegt volledig behoudt. De ESV laat hier het woordje “בי” (“bî”)28 eigenlijk weg, en blijft in essentie trouw aan het Hebreeuws; een goede vertaling.
HSV: En nu, mijn heer, zo waar de HEERE leeft en u zelf leeft, het is de HEERE Die u verhinderd
De KJV en NKJV kloppen hier. Alhoewel veel Engelse commentaren het eens zullen zijn met een vertaling als die van de SV en de HSV, kan je dit vanuit het Hebreeuws niet verdedigen. Zoals veel moderne commentatoren doen, doen ze dat overigens ook niet; ze beschrijven het als feit en zetten er een punt achter, zonder verder enig argument te leveren.
Het woordje wat wordt vertaald als “seeing”, “since” en bij ons als “het is”, is “אֲשֶׁ֨ר” ("’ă·šer”)62. Dit woordje komt in deze vorm volgens de telling van Biblehub 4804 keer voor in het Oude Testament. Volgens mijn Strongest Strong’s Concordance63 vertaalt dit woord in de KJV het meeste naar deze Engelse woorden: “which” (1819 keer), “that” (1671 keer), “whom/who” (356 keer), “what” (75 keer), “whose” (69 keer), “wherewith” (41 keer), “because” (36 keer), “when” (32 keer), “how” (28 keer), “where” (28 keer), “for” (27 keer), “wherein” (25 keer), “as” (23 keer) en een hoop andere woorden.
Letterlijk vertaald vanuit het Hebreeuws naar het Engels, staat hier dus: “Now therefore, my lord, as the Lord lives and as your soul lives which/that/whom/who/what/whose/wherewith/because/when/how/where/for/wherein/as the Lord has held you back from coming to bloodshed and from avenging yourself with your own hand”.
De enige 3 woorden van dat rijtje die goed op de plek in het vers passen zijn “because”, “for” en “as”. De betekenis van “אֲשֶׁ֨ר” ("’ă·šer”)62 in de zin is dus duidelijk; het introduceert de reden voor het feit dat Davids ziel leeft. Dit wordt hier in de KJV uitgedrukt in het woord “seeing”, wat in de context dezelfde betekenis heeft als deze 3 woorden. Hetzelfde geldt voor “since” in de NKJV. Als je het vertaalt als “het is” en daarmee eigenlijk een nieuwe zin begint die de vorige afbreekt, vertaal je het woord eigenlijk helemaal niet, ten eerste omdat het Hebreeuwse woordje vrijwel nergens anders op deze manier gebruikt wordt, en ten tweede omdat het woordje van nature een partikel of een voegwoord64 is, maar deze rol niet aanneemt in de vertaling van de SV en HSV.
Dat echter gezegd hebbende, heeft God in zijn grootheid de SV, HSV en veel andere vertalingen hier alsnog bewaard van een inhoudelijke fout. Abigaïl gebruikt namelijk 2 zekere waarheden als fundering voor haar wens, met de bedoeling dat dat wat ze wenst net zo waar mag worden als deze 2 waarheden zijn: dat God leeft en dat de ziel van David leeft, sinds God deze heeft bewaard door David van geweld te weerhouden. De gewenste waarheid die ze uitspreekt aan het eind van het vers – “let your enemies and those who seek harm for my lord be as Nabal.” – baseert ze op de 2 waarheden die ze eerst noemt: “(1) as the Lord lives and (2) as your soul lives, since the Lord has held you back from coming to bloodshed and from avenging yourself with your own hand”. Het gedeelte “since the Lord has held you back...”, omdat het de rede is van het feit dat David nog leeft, is onderdeel van deze tweede waarheid die de basis vormt voor haar waarheidsvergelijking die eindigt met haar wens. Dat betekent dat de vertaling van de SV en HSV, “het is de HEERE Die u verhinderd heeft”, in de kern volledig waar is, omdat Abigaïl zonder twijfel uitspreekt dat het de HEERE is die David heeft tegengehouden.
Het vers wordt wel iets armer in inhoud, omdat het minder duidelijk is dat de wens die Abigaïl uitspreekt het doel is van de waarheidsvergelijking, maar de SV en HSV bevatten bevat niks wat inhoudelijk onwaar is, en zijn hier dus geheel geschikt om door de Heilige Geest gebruikt te worden in Bijbelstudie, prediking en andere dingen.
“Please forgive the trespass of your servant. For the Lord will certainly make my lord a sure house, because my lord is fighting the battles of the Lord, and evil shall not be found in you so long as you live.” - 1 Samuel 25:28 (ESV)
In de KJV, NKJV, SV en HSV staat er dat Abigaïl zegt dat er in het leven van David geen kwaad is gevonden of gevonden zal worden op het moment dat God “een blijvend koningshuis” voor David maakt – of het “vinden van kwaad” vertaald wordt in de verleden, tegenwoordige of toekomstige tijd maakt in dit vers daarom niet uit voor de betekenis, als het tenminste onderdeel is van Abigaïls argument voor het feit dat God voor David een “blijvend koningshuis” zal maken. Het idee is dan dat dit op een specifiek moment in de toekomst zal plaatsvinden, en op dat moment zal er geen kwaad gevonden worden in de dagen die David tot dan geleefd heeft: “want de HEERE zal voor mijn heer zeker een blijvend koningshuis maken, omdat mijn heer de oorlogen van de HEERE voert en er al uw levensdagen geen kwaad bij u gevonden is.”.
De vraag is dus of het gedeelte van het vers wat we nu behandelen inderdaad onderdeel is van het argument voor het feit dat God een blijvend koningshuis voor David zal maken, of dat het een losse voorspelling is. In beide gevallen, echter, zijn de KJV, NKJV, SV en HSV sowieso inhoudelijk juist. De vraag is of de ESV en andere moderne vertalingen kloppen, omdat deze expliciet zeggen dat er nooit kwaad in David gevonden zal worden.
De lezing van de KJV, NKJV, SV en HSV zijn hier juist, en wat Abigaïl hier zegt is inderdaad onderdeel van haar argument, wat uit twee argumenten zal blijken.
Ten eerste, het Hebreeuwse woord wat wordt vertaalt als “all thy days / throughout your days / van uw dagen af / al uw levensdagen”, is “מִיָּמֶֽיךָ” (“mî·yā·me·ḵā”)66. Dit woord is redelijk simpel opgebouwd en bestaat eigenlijk uit drie onderdelen; “mî” betekent in het Engels “from” en in het Nederlands “van/vanaf/uit”; “yā·me” betekent in het Engels “days” en in het Nederlands “dagen”; “ḵā” betekent in het Engels “your” en in het Nederlands “jouw”. Dit Hebreeuwse woordje betekent dus letterlijk: “van(af) jouw dagen”, waar onze SV met “van uw dagen af” het dichtst bij in de buurt komt.
Dan is natuurlijk de vraag: vanaf welke dagen van David wordt er in hem geen kwaad gevonden? Er is hier namelijk geen beschrijving van een specifiek moment in Davids leven. Daarom is het eerste onderdeel van “מִיָּמֶֽיךָ” (“mî·yā·me·ḵā”)66, “מִי” (“mî”), hier van belang. Deze geeft in het hele woord immers “van/vanaf/uit” aan. De vraag is hoe “מִי” (“mî”) wordt gebruikt in andere vervoegingen van het Hebreeuwse stamwoord voor “dag”, “יוֹם” (“yom”)67. Hier zijn een aantal voorbeelden van verschillende vervoegingen, waar de vervoeging van het Hebreeuwse woord schuingedrukt is aangegeven (de woorden die zijn toegevoegd door de vertalers, zet ik tussen vierkante haken).
De vervoeging “מִימֵי֙” (“mî·mê”)68 komt 17 keer voor in het Oude Testament, en betekent “van/vanaf/sinds de dagen”:
“Een Pascha zoals dit was in Israël niet [meer] gehouden, vanaf de tijd (Voetnoot zegt: ”Letterlijk: vanaf de dagen”) van de profeet Samuel. En geen van Israëls koningen heeft het Pascha gehouden, zoals Josia [nu] hield met de priesters en de Levieten, en heel Juda en Israël dat [daar] aangetroffen werd, en de inwoners van Jeruzalem.” - 2 Kronieken 35:18 (HSV)
“Om hem rust te geven van de kwade dagen; totdat de kuil voor den goddeloze gegraven wordt.” - Psalm 94:13 (SV)
“Jeruzalem is, [in] de dagen harer ellende en harer veelvuldige ballingschap, indachtig aan al haar gewenste dingen, die zij van oude dagen af gehad heeft; dewijl haar volk door de hand des tegenpartijders valt, en zij geen helper heeft; de tegenpartijders zien haar aan, zij spotten met haar rustdagen.” - Klaagliederen 1:7 (SV)
Dit zijn niet alle 17 plaatsen met “מִימֵי֙” (“mî·mê”)68, maar de rest wijkt niet af van de 3 gegeven voorbeelden. In Psalm 94:13 zien we dat “מִי” (“mî”) “weg van” betekent, in plaats van het gebruikelijke “vanaf/sinds”; dit kan “מִי” (“mî”) dus ook betekenen, net als ons woordje “van”. De HSV vertaalt dit vers iets anders; zie daarvoor de aantekeningen bij Psalm 94:13. Ook in Klaagliederen 1:7 wijkt de HSV in de vertaling wat af van de SV, maar niet met slechte reden. Zie ook hiervoor de aantekeningen onder dat vers. Op dit moment van schrijven staan de aantekeningen van deze verzen daar nog niet.
De vervoeging “מִיָּמָֽי” (“mî·yā·māy”)69, welke letterlijk “van mijn dagen” betekent, komt een enkele keer voor in Job:
“Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal [die] niet versmaden van mijn dagen.” - Job 27:6 (SV)
Hier in Job slaat “mijn dagen” duidelijk op de toekomst, en betekent “מִי” (“mî”) niet “vanaf/sinds”, maar “uit/vanuit”. Het vers zegt: “vanuit de periode van mijn toekomstige dagen, zal mijn hart mijn gerechtigheid niet versmaden (minachten)”. Dit kan “מִי” (“mî”) dus ook betekenen.
De vervoeging “מִיָּמָיו֙” (“mî·yā·māw”)70 komt ook één keer voor en betekent: “van zijn dagen”:
“Zijn vader had hem zijn leven lang (Voetnoot zegt: “Letterlijk: van zijn dagen”) geen verwijt gemaakt door te zeggen: Waarom heb je dat gedaan? Ook was hij heel knap van gestalte. [Haggith] had hem gebaard, na Absalom.” - 1 Koningen 1:6 (HSV)
Hier staat beschreven dat David zijn zoon Adónia “van zijn dagen” nooit gecorrigeerd heeft. De betekenis is duidelijk dat dit slaat op alle dagen die Adónia geleefd heeft sinds zijn geboorte. Zonder verwijzing naar een specifieke periode kan "van dagen af" dus gewoon "sinds geboorte tot nu" betekenen.
De vervoeging "מִיָּמִ֖ים" ("mî·yā·mîm")71 komt 11 keer voor en betekent: “van(af) een [groot] aantal dagen”, wat ook de betekenis "jaar" heeft, omdat er natuurlijk veel dagen in een jaar zitten. Ik noem weer 3 voorbeelden:
"Daarom moet u deze verordening in acht nemen op de daarvoor vastgestelde tijd, van jaar tot jaar. (Voetnoot zegt: ”Letterlijk: van dagen naar dagen”)" - Exodus 13:10 (HSV)
"En het gebeurde na [enkele] dagen dat de Ammonieten tegen Israël streden." - Richteren 11:4 (HSV)
"En na verloop van tijd (Voetnoot zegt: "Letterlijk: voor dagen van dagen"; het Hebreeuws betekent hier letterlijk eigenlijk meer iets als "in/van dagen van dagen", zodat het gezegde betekent: "gedurende de tijd van dagen") gebeurde het, op het moment dat er twee jaar voorbij was, dat zijn ingewanden ten gevolge van de ziekte naar buiten kwamen, en hij stierf aan deze kwaadaardige ziekte. Maar zijn volk brandde voor hem geen vuur, zoals bij zijn vaderen." - 2 Kronieken 21:19 (HSV)
De vervoeging "מִיּ֗וֹם" ("mî·yō·wm")72 komt 25 keer voor en betekent: “vanaf/sinds de dag”. Hier zijn weer 3 voorbeelden:
"En uw huizen, de huizen van al uw dienaren en de huizen van alle Egyptenaren, zullen er vol mee worden, zoals uw vaders en uw voorvaders [het] niet gezien hebben vanaf de dag dat zij op de aardbodem waren tot op deze dag. Toen keerde hij zich om en ging bij de farao weg." - Exodus 10:6 (HSV)
"Overeenkomstig alles wat zij [Mij] aangedaan hebben, vanaf de dag dat Ik hen uit Egypte geleid heb tot deze dag toe, door Mij te verlaten en andere goden te dienen, doen zij nu ook u aan." - 1 Samuel 8:8 (HSV)
"Achttienduizend [el] rondom. En de naam van de stad zal vanaf [die] dag zijn: DE HEERE IS DAAR." - Ezechiël 48:35 (HSV)
Tot slot komt de vervoeging "מִיֹּמָ֑יִם" ("mî·yō·mā·yim")73 één keer voor. Het betekent: "na (Letterlijk: vanaf) twee dagen":
"Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven." - Hosea 6:2 (HSV)
Ik geef deze voorbeelden voornamelijk om verantwoording af te leggen tegenover de mensen die dit lezen, zodat degene die het leest weet dat mijn beschrijving van het woord “מִיָּמֶֽיךָ” (“mî·yā·me·ḵā”)66, die ik een stuk terug heb gegeven, klopt.
Dus, Abigaïl zegt in 1 Samuel 25:28 letterlijk tegen David: "omdat mijn heer de oorlogen van de HEERE voert en er van uw dagen af geen kwaad in u is gevonden", of: "omdat mijn heer de oorlogen van de HEERE voert en er is van uw dagen af geen kwaad in u gevonden". Het enige waar "van uw dagen" in deze zin op kan slaan, is David. Sinds er verder geen verwijzing staat naar een koningschap of een ander startpunt voor deze dagen, verwijst dit duidelijk naar het moment van de geboorte van David. In een voorbeeld wat ik hierboven heb besproken, 1 Koningen 1:6, wordt er op dezelfde manier gesproken over Absalom. Dit betekent ook dat we dit moeten begrijpen als een ondersteunend argument voor Abigaïls uitspraak dat God voor David een blijvend koningshuis zal maken – omdat ze duidelijk verwijst naar de dagen in Davids verleden, en niet die van de toekomst – en we het dus niet moeten zien als een losse toekomstvoorspelling.
Dit eerste argument is voldoende om te laten zien dat de vertaling van de ESV (en vertalingen die het net zo vertalen), "evil shall not be found in you so long as you live", onjuist is, maar het tweede argument wat ik nu zal noemen bewijst het verder.
Ten tweede, in het derde vers van dit hoofdstuk wordt Abigaïl beschreven als “goed van verstand en mooi van gestalte”. Het Hebreeuwse woordje voor “verstand” is “שֶׂכֶל” (“śe·ḵel”)74, en betekent precies dat: verstand, wijsheid, of inzicht. Ditzelfde woordje, schuingedrukt aangegeven, wordt onder andere gebruikt in deze verzen:
"Zij lazen uit het boek voor, uit de wet van God, gaven uitleg en verklaarden de betekenis, zodat men de voorlezing begreep." - Nehemia 8:9 (HSV)
"De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid, allen die ernaar handelen, hebben een goed inzicht;" - Psalm 111:10 (HSV)
"Het verstand is voor de bezitters ervan een bron van leven, maar de vermaning van dwazen is dwaasheid." - Spreuken 16:22 (HSV)
Waarom is dit belangrijk? Omdat niemand in het verhaal dit zelf zo uitspreekt (dat Abigaïl verstandig is); het is de Bijbel die haar zo beschrijft, wat betekent dat de auteur van deze beschrijving de Heilige Geest zelf is.
En nu komt een groot probleem tevoorschijn met de lezing van de ESV en andere vertalingen, waar we lezen dat Abigaïl een toekomstvoorspelling maakt waarin ze voorspelt dat er Davids leven lang geen kwaad in hem gevonden zal worden: we weten dat dit onwaar is. David slaapt later in zijn leven met een getrouwde vrouw, Bathseba, en hij laat haar man, Uria, ombrengen om deze zonde te bedekken (Zie: 2 Samuel 11). Vervolgens lezen we aan het einde van dat hoofdstuk het volgende:
"Maar wat David gedaan had, was slecht in de ogen van de HEERE." - 2 Samuel 11:27b (HSV)
Verder bevestigen zowel de verstandige Abigaïl als David dat God degene is die Abigaïl op Davids pad heeft gebracht:
"En nu, mijn heer, zo waar de HEERE leeft en u zelf leeft, het is de HEERE Die u verhinderd heeft tot bloedschuld te komen, en dat uw eigen hand u verlossing schenken zou. En nu, mogen uw vijanden en zij die kwaadwillend zijn tegenover mijn heer, worden als Nabal!" - 1 Samuel 25:26 (HSV)
"32 Toen zei David tegen Abigaïl: Gezegend zij de HEERE, de God van Israël, Die u op deze dag mij tegemoet gezonden heeft! 33 Gezegend is uw raad en gezegend bent u, dat u mij op deze dag verhinderd hebt tot bloedschuld te komen, en dat mijn eigen hand mij verlossing geschonken zou hebben! 34 Want zeker, zo waar de HEERE leeft, de God van Israël, Die mij verhinderd heeft u kwaad te doen: wanneer u zich niet gehaast had mij tegemoet te komen, dan was er van Nabal niet één man tot aan het morgenlicht overgebleven!" - 1 Samuel 25:32- 34 (HSV)
Nog meer dan dat, als we de vertaling van de ESV hier accepteren als waar, noemt Abigaïl haar toekomstvoorspelling in één adem met – en met dezelfde zekerheid als – de voorspelling dat God voor David een vast koningshuis zal maken:
"Please forgive the trespass of your servant. For the Lord will certainly make my lord a sure house, because my lord is fighting the battles of the Lord, and evil shall not be found in you so long as you live." - 1 Samuel 25:28 (ESV)
Wat betekent dit voor dat wat we nu bespreken? Het betekent dat Abigaïl in de ESV een toekomst heeft voorspeld die zeker onwaar is, want het klopt niet dat er heel Davids leven geen kwaad in hem gevonden wordt. In de ESV is Abigaïls voorspelling niet anders op te vatten dan A, een profetie die ze uitspreekt namens God, of B, een dwaze opmerking. In beide gevallen zou de Heilige Geest Abigaïl aan het begin van het hoofdstuk niet beschrijven als verstandig. Sinds Hij dat wel doet, moeten we herkennen dat de vertaling van de ESV en vertalingen als de ESV, er in 1 Samuel 25:28 naast zitten.
Verder blijft de conclusie van eerder al staan, namelijk, dat de KJV, NKJV, SV en HSV het hier goed vertalen.
Het Hebreeuwse woord voor “yet is risen / wanneer er opstaat” is hier “וַיָּ֤קָם” (“way·yā·qām”)76. Tussen de Nederlandse (SV en HSV) en Engelse (KJV en NKJV) vertalingen is er een verschil in de rol dat het werkwoord aanneemt.
Als we de KJV en NKJV aanhouden, is het woord ten eerste verleden tijd (alhoewel tegenwoordige tijd hier ook zou kunnen, omdat het de betekenis niet veel verandert), en neemt het ten tweede een beschrijvende rol aan: het beschrijft iets dat in het verleden of in het heden gebeurt, namelijk dat een man is opgestaan om David te achtervolgen, niet wat mogelijk kan gebeuren of zeker gaat gebeuren in de toekomst.
Als we de moderne vertalingen aanhouden – die het vertalen als de Nederlandse SV en HSV – is het werkwoord ten eerste een toekomstige vorm, en neemt het ten tweede een voorwaardelijke rol aan: "als er een man opstaat in de toekomst, dan zal God u beschermen". De vraag is hoe dit Hebreeuwse woord wordt gebruikt in het Oude Testament. In dit geval zijn dus twee dingen belangrijk om te weten: de tijd van het werkwoord, en of het werkwoord beschrijvend of voorwaardelijk is.
Het werkwoord in de vorm zoals we hem hier vinden, “וַיָּ֤קָם” (“way·yā·qām”)76, komt 100 keer voor in het Oude Testament. Voor het argument zal ik dit vers natuurlijk niet meetellen, zodat er 99 keren overblijven. Ik zal ze hier natuurlijk niet alle 99 laten zien, maar ik geef wel 3 voorbeelden met het Hebreeuwse woord schuingedrukt aangegeven:
"En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood." - Genesis 4:8 (SV)
"De man stond echter op om weg te gaan. Daarop drong zijn schoonvader er bij hem op aan daar opnieuw te overnachten." - Richteren 19:7 (HSV)
"Vervolgens stond hij op en ging naar Zarfath. Toen hij bij de ingang van de stad kwam, zie, daar was een vrouw, een weduwe, hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar en zei: Haal toch een beetje water voor mij in deze kruik, zodat ik kan drinken." - 1 Koningen 17:10 (HSV)
Ten eerste; in al deze 99 plaatsen, is het werkwoord beschrijvend. Nooit geeft het een mogelijke toekomstsituatie onder een voorwaarde aan. Verder wordt het in 98 van de 99 keer als verleden tijd gebruikt, waarbij Job 16:877 een mogelijke uitzondering is waar het misschien in tegenwoordige tijd gebruikt wordt. Dat betekent echter alsnog dat in alle 99 instanties, dit woord geen enkele keer gebruikt wordt in een toekomstige vorm.
Er is verder niets in de zin van 1 Samuel 25:29 dat het voorwaardelijke of toekomstige element aan het woord toe zou kennen. Dat betekent dat de vertaling van de KJV en NKJV hier juist is, en dat de SV en HSV (en de ESV) hier technisch afwijken van het Hebreeuws.
Toch heeft God ook hier weer deze vertalingen die wat afwijken beschermd van een inhoudelijke fout. Nadat Abigaïl namelijk tegen David zegt dat iemand is opgestaan om hem te vervolgen (Saul) zegt ze (volgens de NKJV): "but the life of my lord shall be bound in the bundle of the living with the Lord your God; and the lives of your enemies He shall sling out, as from the pocket of a sling.". Dit is een algemene uitspraak en betekent simpelweg dat God David altijd zal beschermen – als hij natuurlijk gehoorzaam blijft – van zijn vijanden. Als we dan nu de betekenis van de vertaling van de HSV (en dus ook de SV) nemen: "Wanneer er een mens opstaat om u te vervolgen en naar het leven te staan" zal God u beschermen, weten we dat dit een inhoudelijk kloppende vertaling is, omdat het de kern bewaart van dat wat Abigaïl tegen David zegt in het latere gedeelte van het vers.
Daarom zijn zowel de KJV, NKJV, SV als de HSV en zelfs ESV hier waarheidsgetrouwe vertalingen die de Geest op vele manieren kan gebruiken.
Ten eerste; er lijkt een belangrijk verschil in betekenis te zijn tussen de Engelse KJV en NKJV en de Nederlandse SV en HSV, maar dat is er niet. Ik zal dat wat Abigaïl zegt uit de NKJV en de HSV even naast elkaar zetten, met het verschil schuingedrukt aangegeven.
NKJV: "And it shall come to pass, when the Lord has done for my lord according to all the good that He has spoken concerning you, and has appointed you ruler over Israel, that this will be no grief to you, nor offense of heart to my lord, either that you have shed blood without cause, or that my lord has avenged himself."
HSV: "En het zal gebeuren, wanneer de HEERE aan mijn heer zal doen naar al het goede dat Hij over u gesproken heeft, en Hij u aanstelt tot een vorst over Israël, dat dit dan voor u, mijn heer, niet tot struikelblok of tot aanstoot voor uw hart zal zijn, dat u namelijk zonder reden bloed vergoten hebt en dat mijn heer zich zelf verlossing geschonken heeft."
In de KJV en NKJV lijkt er te staan – als je het op een bepaalde manier leest – dat er twee mogelijke uitkomsten waren in het geval dat David zijn plan had uitgevoerd die zijn geweten hadden kunnen plagen: óf David had zonder geldige oorzaak mensen vermoord, óf David had wel een geldige oorzaak, maar het probleem was dat hij zichzelf had verlost en het niet aan God had overgelaten.
Deze interpretatie op basis van de KJV en NKJV is echter ongeldig, en dat is uit iedere vertaling te begrijpen. In vers 26 gebruikt Abigaïl namelijk dezelfde manier van spreken, wanneer ze zegt: "zo waar de HEERE leeft en u zelf leeft, het is de HEERE Die u verhinderd heeft tot bloedschuld te komen, en dat uw eigen hand u verlossing schenken zou.". David zegt het later in vers 33 op dezelfde manier: "Gezegend is uw raad en gezegend bent u, dat u mij op deze dag verhinderd hebt tot bloedschuld te komen, en dat mijn eigen hand mij verlossing geschonken zou hebben!".
In andere woorden, ze zeggen beiden dat God David – door Abigaïl – heeft tegengehouden van bloedschuld en "dat hij zichzelf verlossing schenkt". Als God hem dus niet had tegengehouden, had David alsnog "zichzelf verlossing geschonken", terwijl Davids plan om al het mannelijke van Nabal uit te moorden zeker zonder geldige reden was, omdat David dit zelf uitspreekt in vers 39 wanneer hij zegt: "Gezegend zij de HEERE, Die... Zijn dienaar weerhouden heeft van het kwade". Dat betekent dat de term "zichzelf verlossing schenken" in dit hoofdstuk gebruikt wordt, ook als de persoon die dat wil doen of heeft gedaan geen geldige reden heeft voor zijn "verlossing".
Wat Abigaïl dus alleen maar zegt in dit vers (vers 31) is dat, omdat David is tegengehouden, geen van deze twee dingen – dat David zonder reden bloed vergoten zou hebben en dat hij zichzelf verlossing geschonken zou hebben – bij hem nu zullen bijdragen aan een schuldig geweten. Of je dan het woordje "en" of "of" gebruikt, maakt niet uit, want het verandert de betekenis niet.
Daarom vertalen de KJV, NKJV, SV en HSV dit allemaal juist. De ESV klopt ook.
Ten tweede; in de KJV, NKJV en HSV is het zo dat Abigaïl David verzoekt dat, wanneer alles is gebeurt zoals ze voorspelt, hij aan haar denkt. In de SV lijkt ze te voorspellen dat David aan haar zal denken, omdat daar staat: "zo zult gij uwer dienstmaagd gedenken". Deze manier van spreken betekent echter niet per definitie dat het een voorspelling is, want het kan ook een serieus verzoek / gebod zijn. Zo lezen we in de SV bijvoorbeeld:
"18 Zie, wanneer wij in het land komen, zo zult gij dit snoer van scharlakendraad aan het venster binden, door hetwelk gij ons zult nedergelaten hebben; en gij zult tot u in het huis vergaderen uw vader, en uw moeder, en uw broeders, en het ganse huisgezin uws vaders. 19 Zo zal het geschieden, al wie uit de deuren van uw huis naar buiten gaan zal, zijn bloed zij op zijn hoofd, en wij zullen onschuldig zijn; maar al wie bij u in het huis zijn zal, diens bloed zij op ons hoofd, indien een hand tegen hem zijn zal! 20 Maar indien gij deze onze zaak te kennen zult geven, zo zullen wij onschuldig zijn van uw eed, dien gij ons hebt doen zweren." - Jozua 2:18-20 (SV)
"8 Toen riep de HEERE Samuël wederom, ten derden maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep. 9 Daarom zeide Eli tot Samuël: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuël heen en legde zich aan zijn plaats." - 1 Samuel 3:8-9 (SV)
"17 En Isaï zeide tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broeders een efa van dit geroost koren, en deze tien broden, en breng ze terloops in het leger tot uw broederen. 18 Maar breng deze tien melkkazen aan de overste over duizend; en gij zult uw broederen bezoeken, of het hun welga, en gij zult van hen pand medenemen." - 1 Samuel 17:17-18 (SV)
"22 Toen antwoordde een ieder boos en Belials man onder de mannen, die met David getogen waren, en zij zeiden: Omdat zij met ons niet getogen zijn, zullen wij hun van den buit, dien wij gered hebben, niet geven, maar aan een iegelijk zijn vrouw en zijn kinderen; laat hen die heenleiden, en weggaan. 23 Maar David zeide: Alzo zult gij niet doen, mijn broeders, met hetgeen ons de HEERE gegeven heeft, en Hij heeft ons bewaard, en heeft de bende, die tegen ons kwam, in onze hand gegeven. 24 Wie zou toch ulieden in deze zaak horen? Want gelijk het deel dergenen is, die in den strijd mede afgetogen zijn, alzo zal ook het deel dergenen zijn, die bij het gereedschap gebleven zijn; zij zullen gelijkelijk delen." - 1 Samuel 31:22-24 (SV)
"8 Maar hij verliet den raad der oudsten, dien zij hem geraden hadden; en hij hield raad met de jongelingen, die met hem opgewassen waren, die voor zijn aangezicht stonden. 9 En hij zeide tot hen: Wat raadt gijlieden, dat wij dit volk antwoorden zullen, die tot mij gesproken hebben, zeggende: Maak het juk, dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter. 10 En de jongelingen, die met hem opgewassen waren, spraken tot hem, zeggende: Alzo zult gij zeggen tot dat volk, die tot u gesproken hebben, zeggende: Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt, maar maak gij het over ons lichter; alzo zult gij tot hen spreken: Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lenden." - 1 Koningen 12:8-10 (SV)
Abigaïl zegt eigenlijk tegen David: "Gedenk mij als dit alles is gebeurd, want het is goed als u mij dan gedenkt.". Het is een verzoek, maar het is eigenlijk meer dan alleen een vraag. Abigaïl legt het verzoek neer bij David, maar door deze manier van spreken – zoals in de andere passages hierboven te zien is – blijkt dat "gij zult" door iemand wordt uitgesproken als diegene erg zeker weet dat wat ze zeggen goed is om te doen. Dit is wat Abigaïl doet bij David, wat overeenkomt met de KJV, NKJV en HSV.
Dan is de vraag: hoe weet iemand die de SV leest dat het een serieus verzoek / gebod en geen voorspelling is? Als een lezer dat namelijk niet kan herkennen, kunnen we wel zeggen dat de SV technisch gezien klopt, maar dat een vertaling als die van de KJV, NKJV en HSV net wat beter is.
De lezer kan ten eerste makkelijk weten dat "gij zult" niet altijd een voorspelling is, maar ook een gebod of verzoek. De voorbeelden die ik net heb gegeven helpen daarbij, maar ook iets bekends als de tien geboden staan zo in de SV: "Gij zult niet doodslaan", "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben", etc. God voorspelt hier niet dat de Israëlieten deze dingen nooit zullen doen, maar hij gebied ze wat ze wel en niet moeten doen.
Ten tweede wordt "zo zult gij" in de SV slechts op twee manieren gebruikt die makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. "Zo zult gij" komt in het Oude Testament heel veel voor, dus voor het argument wat ik nu maak gebruik ik alleen alle instanties waar "zo zult gij" voorkomt tussen Genesis 1 en Exodus 23; dit zijn er meer dan genoeg om te laten zien wat ik bedoel.
In dit gedeelte van het Oude Testament wordt het 7 keer gebruikt als voorspelling of belofte. Dit is makkelijk te zien, omdat het iets is wat mensen overkomt (soms onder een voorwaarde, als iemand iets wel of niet doet). Mensen worden vrijgemaakt van een gelofte (Genesis 24:879, 4180), mensen worden beloofd te blijven leven/bestaan (Genesis 42:1881, Exodus 18:2382), mensen worden niet meer toegestaan om iets te doen (Genesis 44:2383), mensen worden beloofd niet met lege handen weg te gaan (Exodus 3:2184) en mensen worden beloofd Gods eigendom te zijn (Exodus 19:585).
In hetzelfde gedeelte van het Oude Testament wordt het 18 keer gebruikt als gebod/verzoek. Ook dit is makkelijk te herkennen, en in alle 18 gevallen gaat het niet om iets wat iemand overkomt, zoals bij de 7 voorspellingen/beloftes hierboven, maar om iets waar de persoon zelf volledig invloed op heeft. Mensen worden geboden/verzocht om iets (niet) te zeggen of te doen (Genesis 32:486, 1887; 44:488; 46:3489; 50:1790, 2591; Exodus 7:992; 12:2593, 2794; 13:595, 1296, 1397, 1498; 20:2599; 21:14100, 23101; 22:25102, 26103).
De laatste stap is dan makkelijk gemaakt; wanneer Abigaïl tegen David zegt: "zo zult gij uwer dienstmaagd gedenken", weet de lezer van de SV op basis van goede Bijbelstudie – omdat David zelf invloed heeft over het denken aan Abigaïl en het niet iets is wat hem overkomt – dat dit een serieus verzoek / gebod is en geen voorspelling. Daarom is er niets mis met de vertaling van de SV.
Tot slot wil ik kort nog een mogelijk tegenargument tegen de vertaling van de SV behandelen. Iemand kan namelijk zeggen dat "gij zult" bijna altijd een gebod is en dus moet komen van iemand met autoriteit, zoals God of de koning, en je het dus niet kan vertalen als de SV. Twee dingen laten zien dat dit tegenargument ongeldig is.
Ten eerste is het zo dat we niet zonder twijfel weten dat "gij zult" altijd een streng gebod is van iemand met autoriteit over een ander. Bijvoorbeeld, in Jozua 2:18-20 en 1 Koningen 12:8- 10 zijn de mensen die het gebod/verzoek aan een ander geven, mensen die niet per se autoriteit over de ander hebben. In 1 Koningen 12:8-10 wordt het gebod/advies zelfs gegeven aan iemand met meer autoriteit, de koning, door jonge raadsleden die onder hem staan.
Verder kan een manier van spreken die vaak gebruikt wordt met autoriteit nog steeds gebruikt worden buiten zo'n context. Denk aan het Nederlandse woordje "moeten". Dit woord wordt vaak gebruikt van een baas naar zijn medewerkers, of van zijn vader naar zijn zoon, maar het kan ook een vriendelijk advies/verzoek zijn:
Ten tweede is het Hebreeuws duidelijk. Ook als "gij zult" niet als verzoek gebruikt kan worden, is dit nog steeds wat er duidelijk staat in het Hebreeuws. In 1 Samuel 25:31 staat er namelijk het woordje "וְזָכַרְתָּ֖" ("wə·zā·ḵar·tā")104, wat naast dit vers 7 keer voorkomt. Al deze 7 keren is het duidelijk een gebod. Ik zal 3 voorbeelden noemen:
"Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult." - Deuteronomium 5:15 (SV)
"En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet." - Deuteronomium 8:2 (SV)
"Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebiede ik u deze zaak te doen." - Deuteronomium 24:18 (SV)
Dat wil zeggen dat, ook als we het moeten begrijpen als een gebod en niet een verzoek, de SV het goed vertaalt. Verder kloppen de KJV, NKJV, HSV en ESV hier natuurlijk ook.
"Toen Abigaïl bij Nabal kwam, zie, toen hield hij juist een maaltijd in zijn huis, als een koningsmaal. Het hart van Nabal was vrolijk in hem en hij was erg dronken. Daarom vertelde zij hem tot het morgenlicht geen woord, kort of lang." - 1 Samuel 25:36 (HSV)
Ten eerste; de KJV, NKJV en HSV zeggen in het vers dat Nabals hart vrolijk was "in hem" terwijl de SV zegt dat zijn hart vrolijk was "op denzelven" (Wat betekent: "op dezelfde"). In de voetnoten daarover zeggen de statenvertalers: "Te weten, maaltijd, anders, in hem". (De voetnoten van de Statenvertalers zijn vaak heel behulpzaam, maar ze hebben in sommige gevallen ongelijk. Dat is in dit geval ook zo, maar hun vertaling klopt wel, wat ik zo zal laten zien.)
Het Hebreeuwse woordje wat vertaald wordt als "in hem" of "op denzelve" is "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106. Dit woordje is een voorzetsel dat verwijst naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord of idee, betekent "op/over/daarop/daarover" en kan verwijzen naar een ding of persoon. De vraag is hier dus of dit woordje verwijst naar "Nabal" of "maaltijd". De mogelijke vertaling "in hem" is in het Hebreeuws dus eigenlijk "op/over hem", al is de betekenis van de twee hetzelfde: Nabal is als het ware onder invloed van zijn vrolijke hart.
Het vers met de twee opties is dan: "Toen Abigaïl bij Nabal kwam, zie, toen hield hij juist een maaltijd in zijn huis, als een koningsmaal. Het hart van Nabal was vrolijk over hem / over de maaltijd en hij was erg dronken. Daarom vertelde zij hem tot het morgenlicht geen woord, kort of lang.".
Ik zal nu twee argumenten noemen die laten zien dat "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 in 1 Samuel 25:36 verwijst naar "Nabal" en niet naar "maaltijd".
Ten eerste; als "over de maaltijd" klopt, moeten we "over" hier eigenlijk begrijpen als "vanwege": "Het hart van Nabal was vrolijk vanwege de maaltijd en hij was erg dronken.". De maaltijd is dan de oorzaak van Nabal's blije hart. Het probleem is dat het Hebreeuwse woordje "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 in deze vorm zelden een reden of oorzaak aangeeft. Volgens de telling van Biblehub komt deze vorm van het woordje 403 keer voor in het Oude Testament. Hiervan heb ik 294 geteld en gecontroleerd; het huidige vers, 1 Samuel 25:36, heb ik niet meegeteld. Van deze 294 keer dat deze vorm van het woordje voorkomt, geeft het slechts in 5 of minder verzen mogelijk een oorzaak aan.
Bij 3 van deze verzen (Leviticus 22:9107; Numeri 18:32108; 1 Samuel 17:32109) geeft "over" (wat ik schuingedrukt aangeef) duidelijk de oorzaak aan:
"Zij zullen dan Mijn bevel onderhouden, opdat zij geen zonde daarover dragen en daarin sterven, als zij die ontheiligd zouden hebben; Ik ben de HEERE, Die hen heilige!" - Leviticus 22:9 (SV)
"Zo zult gij daarover geen zonde dragen, als gij deszelfs beste daarvan offert; en gij zult de heilige dingen van de kinderen Israëls niet ontheiligen, opdat gij niet sterft." - Numeri 18:32 (SV)
"En David zeide tot Saul: Aan geen mens ontvalle het hart, om zijnentwil [Letterlijk dus: "over hem"]. Uw knecht zal heengaan en hij zal met dezen Filistijn strijden." - 1 Samuel 17:32 (SV)
Bij de 2 andere verzen (Genesis 50:1110; 1 Koningen 13:30111) weet ik zelf nog niet zeker of het letterlijk "over" betekent of dat het een oorzaak aangeeft:
"Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem." - Genesis 50:1 (SV)
"En hij legde zijn dood lichaam in zijn graf; en zij maakten over hem een weeklage: Ach, mijn broeder!" - 1 Koningen 13:30 (SV)
In deze 5 verzen, zowel als in de 289 andere verzen die ik gecontroleerd heb, is het duidelijk waar "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 naar verwijst (de lezer mag zich vooral vrij voelen om dit zelf te controleren, zie daarvoor de link bij het Hebreeuwse woordje). 1 Samuel 25:36 is een zeldzaam geval waar het niet zo duidelijk is, dus waarvan je kan zeggen – met uitzondering van het tweede argument wat ik zo zal noemen – dat de ene mogelijke betekenis van het woordje, "over/in hem", niet beter of slechter past in de zin dan de andere, "over/vanwege de maaltijd".
Hierdoor kunnen we op basis van een simpele berekening laten zien dat de kans veel groter is dat "over hem" de juiste betekenis is in plaats van "over de maaltijd". We weten namelijk dat er een belangrijk verschil bestaat tussen de twee mogelijke betekenissen: als "over hem" klopt, geeft "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 hier dus geen oorzaak aan, maar als "over de maaltijd" klopt, geeft het wel een oorzaak aan, want dan betekent het dat Nabals hart blij was "vanwege de maaltijd".
Ik heb net uitgelegd dat, van 294 plaatsen met het woordje, het slechts op 5 of minder plaatsen een oorzaak aangeeft. Als we 5 delen door 294 en dat met 100 vermenigvuldigen, krijgen we na het afronden een percentage van 1,7%. Dat betekent dat, puur statistisch gezien, dit woord ongeveer 1,7% kans heeft om een oorzaak aan te geven en 98,3% kans heeft om dat niet te doen. Omdat de betekenis "over de maaltijd" in 1 Samuel 25:36 dus per definitie een oorzaak aan zou geven en er verder – naast het tweede argument wat ik zo zal geven – geen argument te geven is voor deze of de andere betekenis, is de kans dat deze betekenis klopt dus ongeveer 1,7%, en de kans dat "over hem" klopt ongeveer 98,3%.
Ten tweede; er is een regel die iedereen herkent in het geval dat er een zin is zoals 1 Samuel 25:36, waar het niet zo duidelijk is waar een voorzetsel naar verwijst: we gaan er terecht van uit dat het voorzetsel verwijst naar het dichtstbijzijnde woord.
Neem het volgende voorbeeld:
"Hij is vandaag bij Mark geweest en bij Thomas geweest en heeft daar gegeten.".
We herkennen ten eerste dat de persoon bij Mark is geweest en apart bij Thomas, want anders had er wel gestaan: "Hij is vandaag bij Mark en Thomas geweest en heeft daar gegeten.". We snappen daarnaast dat het woordje "daar" verwijst naar "bij Thomas" en niet "bij Mark", omdat er anders wel iets had gestaan als: "Hij is vandaag bij Mark geweest en heeft daar gegeten en is naar Thomas geweest.".
Hetzelfde geldt voor het huidige vers:
"Toen nu Abigáil tot Nabal kwam, ziet, zo had hij een maaltijd in zijn huis, als eens konings maaltijd; en het hart van Nabal was vrolijk op denzelven, en hij was zeer dronken; daarom gaf zij hem niet een woord, klein noch groot, te kennen, tot aan het morgenlicht." - 1 Samuel 25:36 (SV)
Als de schrijver bedoelde dat "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 verwijst naar "maaltijd" en niet "Nabal", had hij de zinsvolgorde anders moeten maken.
Het enige mogelijk tegenargument wat ik kan bedenken is dat de schrijver – als hij wel bedoelde dat "עָלָ֔יו" ("‘ā·lāw")106 verwijst naar "maaltijd" – hier slordig is geweest door het op deze manier onduidelijk op te schrijven. Dit argument werkt alleen niet, ten eerste omdat de menselijke schrijver(s) van 1 en 2 Samuel duidelijk (een) vakkundige schrijver(s) was/waren, en ten tweede omdat de echte auteur, de Heilige Geest, de meest vakkundige schrijver is van alle werelden en dimensies die je überhaupt kan bedenken.
De SV is dus net als de KJV, NKJV en HSV een kloppende vertaling, en de lezer van de SV begrijpt op basis van het tweede argument terecht dat "op denzelven" dus verwijst naar "Nabal" en niet "maaltijd", waardoor het in betekenis hetzelfde is als de KJV, NKJV en HSV. De ESV klopt ook.
Ten tweede; de KJV en NKJV zeggen dat Nabals hart blij in hem was omdat hij dronken was, terwijl de SV en HSV zeggen dat Nabals hart blij in hem was en hij dronken was.
Het Hebreeuwse woordje voor "for he was" of "en hij was" is "וְה֥וּא" ("wə·hū")112. Het deeltje "wə" is hier van belang en betekent in de basis "en". Het woordje "en" kan echter, zowel in het Nederlands als het Hebreeuws, ook een reden aangeven, en dus als het ware een synoniem zijn voor "want" of "omdat". Neem de volgende zin als voorbeeld, waar de betekenis in de twee vormen hetzelfde is:
"Rick kookt vanavond, en zijn vrouw is ziek". "Rick kookt vanavond, want zijn vrouw is ziek".
Als we weten dat Rick normaal gesproken bijna nooit kookt maar zijn vrouw het doet, herkennen we in de eerste zin ook dat Rick kookt omdat zijn vrouw ziek is, ook al staat er het woordje "en".
Hetzelfde geldt voor het huidige vers. De combinatie van twee woorden die we hier vinden – "blij", "טוֹב" ("towb")113, en "hart", "לֵב" ("leb")114 – samen met een verwijzing naar drank in dezelfde zin, vinden we ook in twee andere verzen, waar het duidelijk is dat de drank de oorzaak is van de blijheid van het hart:
"Absalom gaf zijn knechten de opdracht: Let er toch op, als het hart van Amnon vrolijk is van de wijn en ik tegen u zeg: Dood Amnon, dan moet u hem doden. Wees niet bevreesd, heb ík het u niet geboden? Wees sterk en wees dappere mannen." - 2 Samuel 13:28 (HSV)
"Op de zevende dag, toen het hart van de koning vrolijk was door de wijn, zei hij tegen Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven hovelingen die dienden in de tegenwoordigheid van koning Ahasveros," - Esther 1:10 (HSV)
Het is dus duidelijk dat Nabals hart blij was omdat hij dronken was, wat betekent dat de KJV
en de NKJV (en de ESV) het Hebreeuwse "וְה֥וּא" ("wə·hū")112 goed vertalen. Tegelijkertijd
vertalen de SV en de HSV dit woordje ook goed met "en hij was", omdat dit de letterlijke
betekenis is. In zowel de Engelse als de Nederlandse vertalingen is het duidelijk dat de drank
ervoor zorgt dat Nabals hart zo blij is, dus een verschil van betekenis is er niet.
____________________________________________________________
Bronnen
-
1 Samuel 25:6. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-6.htm
-
le·ḥāy. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/lechai_2416.htm
-
1 Samuel 10:24. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/10-24.htm
-
1 Kings 1:25. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_kings/1-25.htm
-
1 Kings 1:34. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_kings/1-34.htm
-
yə·ḥî. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/yechi_2421.htm
-
Exodus 2:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/2-13.htm
-
lā·rā·šā‘. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/larasha_7563.htm
-
Leviticus 25:30. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/leviticus/25-30.htm
-
Deuteronomy 7:10. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/deuteronomy/7-10.htm
-
2 Chronicles 15:5. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/2_chronicles/15-5.htm
-
Job 3:20. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/3-20.htm
-
Psalm 136:7. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/psalms/136-7.htm
-
1 Samuel 25:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-8.htm
-
ṭō·wḇ. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/tov_2896.htm
-
Esther 8:17. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/esther/8-17.htm
-
Esther 9:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/esther/9-13.htm
-
Esther 9:19. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/esther/9-19.htm
-
Esther 9:22. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/esther/9-22.htm
-
Brown, D., Fausset, A. R., & Jamieson, R. (1871). 1 Samuel 25 Jamieson-Fausset-Brown Bible Commentary. Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/commentaries/jfb/1_samuel/25.htm
-
1 Samuel 25:17. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-17.htm
-
1 Samuel 25:18. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-18.htm
-
tsimmuq. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/6778.htm
-
debelah. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/1690.htm
-
1 Samuel 25:22. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-22.htm
-
Regum I - Chapter 25. (z.d.). Vulgate.org. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://vulgate.org/ot/1samuel_25.htm
-
1 Samuel 25:24. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-24.htm
-
bî. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/bi_994.htm
-
’ă·ḏō·nî. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/adoni_113.htm
-
Genesis 43:20. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/43-20.htm
-
Genesis 44:18. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/44-18.htm
-
Exodus 4:10. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/4-10.htm
-
Exodus 4:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/4-13.htm
-
Numbers 12:11. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/numbers/12-11.htm
-
Joshua 7:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/joshua/7-8.htm
-
Judges 6:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/judges/6-13.htm
-
Judges 6:15. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/judges/6-15.htm
-
Judges 13:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/judges/13-8.htm
-
1 Samuel 1:26. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/1-26.htm
-
1 Kings 3:17. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_kings/3-17.htm
-
1 Kings 3:26. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_kings/3-26.htm
-
1 Samuel 20:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/20-8.htm
-
2 Samuel 1:9. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/2_samuel/1-9.htm
-
2 Samuel 14:32. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/2_samuel/14-32.htm
-
2 Samuel 22:20. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/2_samuel/22-20.htm
-
Job 6:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/6-13.htm
-
Job 19:28. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/19-28.htm
-
Job 27:3. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/27-3.htm
-
Job 28:14. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/28-14.htm
-
Psalm 18:19. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/psalms/18-19.htm
-
Psalm 38:2. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/psalms/38-2.htm
-
Psalm 139:24. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/psalms/139-24.htm
-
Isaiah 57:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/isaiah/57-13.htm
-
Jeremiah 2:5. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/jeremiah/2-5.htm
-
Jeremiah 39:18. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/jeremiah/39-18.htm
-
Daniel 10:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/daniel/10-8.htm
-
Daniel 10:17. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/daniel/10-17.htm
-
’ă·nî. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/ani_589.htm
-
Wikipedia. (z.d.).Hebrew punctuation. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://en.wikipedia.org/wiki/Hebrew_punctuation#Hyphen_and_maqaf
-
avon. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 6 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/5771.htm
-
1 Samuel 25:26. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-26.htm
-
’ă·šer. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/asher_834.htm
-
Strong, J., Kohlenberger, J. R., & Swanson, J. A. (2001). The Strongest Strong’s Exhaustive Concordance of the Bible. Zondervan.
-
’ăšer. (z.d.). Blue Letter Bible. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://www.blueletterbible.org/lexicon/h834/kjv/wlc/0-1/
-
1 Samuel 25:28. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-28.htm
-
mî·yā·me·ḵā. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyameicha_3117.htm
-
yom. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/3117.htm
-
mî·mê. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/mimei_3117.htm
-
mî·yā·māy. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyamai_3117.htm
-
mî·yā·māw. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyamav_3117.htm
-
mî·yā·mîm. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyamim_3117.htm
-
mî·yō·wm. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyom_3117.htm
-
mî·yō·mā·yim. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/miyomayim_3117.htm
-
sekel. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/7922.htm
-
1 Samuel 25:29. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-29.htm
-
way·yā·qām. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/vaiyakom_6965.htm
-
Job 16:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/job/16-8.htm
-
1 Samuel 25:31. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-31.htm
-
Genesis 24:8. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/24-8.htm
-
Genesis 24:41. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/24-41.htm
-
Genesis 42:18. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/42-18.htm
-
Exodus 18:23. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/18-23.htm
-
Genesis 44:23. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/44-23.htm
-
Exodus 3:21. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/3-21.htm
-
Exodus 19:5. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/19-5.htm
-
Genesis 32:4. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/32-4.htm
-
Genesis 32:18. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/32-18.htm
-
Genesis 44:4. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/44-4.htm
-
Genesis 46:34. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/46-34.htm
-
Genesis 50:17. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/50-17.htm
-
Genesis 50:25. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/50-25.htm
-
Exodus 7:9. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/7-9.htm
-
Exodus 12:25. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/12-25.htm
-
Exodus 12:27. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/12-27.htm
-
Exodus 13:5. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/13-5.htm
-
Exodus 13:12. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/13-12.htm
-
Exodus 13:13. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/13-13.htm
-
Exodus 13:14. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/13-14.htm
-
Exodus 20:25. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/20-25.htm
Exodus 21:14. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/21-14.htm
Exodus 21:23. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/21-23.htm
Exodus 22:25. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/22-25.htm
Exodus 22:26. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/exodus/22-26.htm
wə·zā·ḵar·tā. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 7 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/vezacharta_2142.htm
1 Samuel 25:36. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/25-36.htm
‘ā·lāw. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/alav_5921.htm
Leviticus 22:9. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/leviticus/22-9.htm
Numbers 18:32. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/numbers/18-32.htm
1 Samuel 17:32. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_samuel/17-32.htm
Genesis 50:1. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/genesis/50-1.htm
1 Kings 13:30. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/interlinear/1_kings/13-30.htm
wə·hū. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/vehu_1931.htm
towb. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/2896.htm
leb. (z.d.). Bible Hub. Geraadpleegd op 8 mei 2022, van https://biblehub.com/hebrew/3820.htm
Geen opmerkingen:
Een reactie posten