WAAROM KAN GOD ZONDEN NIET GEWOON VERGEVEN?
Geloofsverdediging
Juda Brinkman
01 mei 2024
Introductie
Laatst zijn we als tweedejaars theologiestudenten van de Christelijke Hogeschool Ede in Amsterdam op excursie geweest bij een moskee en bij een islamitische theologische opleiding van de International University of Applied Sciences Amsterdam1. Bij deze hogeschool zijn we in gesprek geweest met een aantal docenten en studentes van de opleiding, waarbij we veel en diepgaand over het geloof hebben gesproken.
Op een gegeven moment was ik met een paar klasgenoten in gesprek met twee moslima's over het evangelie, waarbij één van hen de volgende vraag stelde: "Waarom kan god zonden niet gewoon vergeven [zonder dat er straf voor de zonde moet plaatsvinden]?". Moslims geloven namelijk dat Allah een berouwvolle zondaar gewoon zomaar kan vergeven, zonder dat er een plaatsvervangend offer nodig is.
Deze vraag is bij mij wel even blijven hangen, want het is zeker een goede vraag! Het antwoord is echter niet in het voordeel van de moslim, maar laat duidelijk zien waarom Jezus voor onze zonden moest sterven.
Verwijdering en vergelding
De reden waarom God ons moet straffen voor zonden, kunnen we begrijpen door in te zien dat straf voornamelijk twee verschillende elementen met zich meebrengt: verwijdering en vergelding.
Het is begrijpelijk dat, als een moordenaar bijvoorbeeld oprecht spijt heeft van zijn moord, het element van verwijdering niet meer nodig is, aangezien er voor andere mensen geen echt gevaar is dat de persoon opnieuw een moord pleegt. Als verwijdering dus het enige belangrijke element van straf is, zou het dus onnodig zijn om een berouwvolle zondaar te straffen.
Als vergelding echter ook een onderdeel is van rechtvaardige straf, is het niet mogelijk dat de noodzaak van de straf verdwijnt op het moment dat de zondaar spijt heeft. Vergelding heeft namelijk per definitie te maken met het betalen van een bepaalde morele schuld die iemand heeft opgedaan. Als dit dan een onderdeel is van rechtvaardige straf, bewijst dit vervolgens dat er door zonde op geestelijk niveau daadwerkelijk schade wordt gemaakt die daadwerkelijk betaald moet worden, waarvan de noodzaak dus niet kan verdwijnen met het berouw van de schuldige. Zo werkt het met fysieke schade immers ook niet: als ik iemands auto in de prak rijd en vervolgens sorry zeg en wordt vergeven, is er nog steeds schade aan de auto die door iemand betaald moet worden.
Andersom betekent dit dat, als god, zoals de moslim zegt, de zonden van een berouwvolle zondaar zomaar kan vergeven, noodzakelijk volgt dat gods rechtvaardigheid dus niet vereist dat er vergelding plaatsvindt voor zonden – alleen dat er verwijdering plaatsvindt bij onberouwvolle zondaars.
Vergelding hoort bij straf
We weten echter dat vergelding wel een onderdeel is van rechtvaardige straf. Dit wordt zowel bewezen door voorbeelden van rechtvaardige aardse rechters die berouwvolle overtreders – hoewel ze dat misschien wel zouden willen – niet ongestraft kunnen laten, als door datgene wat zowel wij als moslims geloven over de hel.
Wij geloven allen immers dat onberouwvolle zondaars in de hel voor eeuwig zullen lijden, niet slechts dat ze bijvoorbeeld stoppen met bestaan (al zeggen sommige christenen dat wel, terwijl het niet Bijbels is2). Maar als vergelding geen noodzakelijk onderdeel van rechtvaardige straf is, zoals de moslim dus moet zeggen, is het eeuwig lijden van de mensen in de hel geen noodzakelijk resultaat van gods rechtvaardigheid; ze zouden dan ook gewoon kunnen stoppen met bestaan, of in een eeuwige cel kunnen zitten. Maar als het lijden van onberouwvolle zondaars voor god niet noodzakelijk is, waarom lijden ze dan? Het enige mogelijke antwoord is: omdat hij, compleet los van zijn rechtvaardigheid, simpelweg geniet van hun lijden.
Het plaatsvervangend offer
De moslim heeft hier dus een groot probleem. Als hij zegt dat Allah de mensen in de hel straft omdat hij ze zo moet straffen, is vergelding dus noodzakelijk, maar is het onmogelijk dat Allah zomaar de zonden van mensen kan vergeven zodat ze gered worden. Maar als hij zegt dat Allah een zondaar kan vergeven zonder het plaatsvinden van vergelding, is vergelding niet noodzakelijk, en straft Allah de mensen in de hel simpelweg omdat hij een gewelddadig god is.
Dus óf niemand wordt gered, omdat er in de Islam geen plaatsvervangend offer is, óf Allah bestaat niet, want een god die geniet van onnodig geweld tegen zijn schepsels is geen goede god, en een god die niet volledig goed is, kan niet bestaan. Anders zouden goed en kwaad namelijk illusies zijn die niet echt bestaan, omdat ze niet gegrond zijn in God zelf. Maar dat goed en kwaad echt bestaan, is voor ons net zo duidelijk als de ervaring dat we vrije wil hebben en in de echte wereld leven.
De God die bestaat, de Heer die wij dienen, is tegelijk maximaal rechtvaardig en liefdevol, en
moest een weg maken om de spanning tussen deze twee op te lossen, zodat wij ondanks
onze zonden bij Hem kunnen komen. Om deze reden heeft Hij ons Zijn Zoon gestuurd, zodat
wij voor eeuwig kunnen leven. Halleluja!
_________________________________________________________
Bronnen
-
International University of Applied Sciences Amsterdam. (z.d.). IUA. https://www.i-ua.nl/
-
Ortlund, G. (2015, 7 oktober). J. I. Packer on Why Annihilationism Is Wrong. The Gospel Coalition. Geraadpleegd op 1 mei 2024, van https://www.thegospelcoalition.org/article/j-i-packer-on-why-annihilationism-is-wrong/