HOREN DE APOCRIEFEN
IN DE BIJBEL?
Geloofsverdediging
Juda Brinkman
29 december 2022
Introductie
Ik studeer op de Christelijke Hogeschool Ede en een tijdje geleden kregen we les over deze apocriefe boeken van het Oude Testament. Hoewel onze docent wel een mening had die ik deel – dat de apocriefen niet in de Bijbel horen – en daar argumenten voor maakte, had hij geen volledige zekerheid over zijn positie.
Ik geloof alleen voor geen seconde dat we van de apocriefen niet volledig zeker kunnen weten of ze wel of niet door God geïnspireerd zijn. God zegt namelijk:
“Beproef alle dingen, behoud het goede.” - 1 Thessalonicenzen 5:21 (HSV).
Dat betekent per definitie dat we ook worden opgeroepen om de apocriefen te toetsen om te zien of ze door God zijn geïnspireerd.
Als we dan geen geldige argumenten zouden kunnen maken waardoor we zeker weten of de apocriefen wel of niet door God geïnspireerd zijn, zou God ons een gebod geven wat leidt tot twijfel en niet tot geloof. Dit is onmogelijk, want God kan ons niet leiden tot zonde, en twijfel, als basis voor een mening of handeling, is zonde:
“God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand.” - Jakobus 1:13b (HSV).
“En alles wat niet uit geloof is, is zonde” - Romeinen 14:23b (HSV).
Omdat we naar aanleiding van het college geen volledige zekerheid hadden over de inspiratie van de apocriefen, heb ik mijn kans gepakt om die wel te leveren in dit artikel. Dit is voor alle christenen die zich afvragen: “Horen de apocriefen in de Bijbel?”.
Ik zal het alvast verklappen: de apocriefen zijn zeker niet door God geïnspireerd, maar zijn verder als geschriften wel nuttig. Een aantal argumenten die ik hieronder noem, komen van een video van Mike Winger2 waar hij bewijst dat de canon – lijst met boeken – van het Oude Testament, zoals wij het als protestanten kennen, de juiste is.
Verder zijn een aantal argumenten die ik zal geven gebaseerd op de conclusies dat Christus is opgestaan uit de dood, dat Hij dus God is, dat God dus mensen heeft uitgekozen om apostelen te zijn (zoals Petrus en Paulus), dat deze mensen geloofden dat ze de woorden van God spraken en schreven, en dus dat het Nieuwe Testament geïnspireerd is door de Heilige Geest. Ik geloof deze dingen niet blind – juist op basis van luchtdichte argumenten – maar omwille van de tijd zal ik ze hier niet bewijzen. Zie voor een goed begin het argument van Gary Habermas3 voor de opstanding van Jezus en een artikel van Ryan Leasure4.
Ik ben God erg dankbaar voor Zijn hulp in het doordenken van deze kwestie en het schrijven van dit stuk, en ook in het opdoen van kennis en inzicht over de afgelopen paar jaar, waardoor ik nu deze argumenten kan formuleren.
Waarom de apocriefen niet in de Bijbel horen
De vraag is dan of onze menselijke verzameling boeken overeenkomt met de echte canon: hebben de Joden al de boeken die van God kwamen ook herkend en opgenomen in hun canon, en hebben ze daar niets aan toegevoegd? Het antwoord is duidelijk, en wordt bewezen door alle onderstaande punten.
Ten eerste weten we dat de Joden de boeken die ze van God ontvingen direct opnamen in hun canon toen ze geschreven werden, en niet pas honderden jaren na schrijfdatum. Zo lezen we in Jozua al dat de geschreven wet van Mozes direct was opgenomen (zie: Jozua 1:7-8, 8:30-35), en zien we dat deze in de rest van het Oude Testament ook keer op keer wordt benoemd (zie bijvoorbeeld: Daniël 9:11). Zelfs Daniël heeft het al over de geschreven profetieën van Jeremia (zie: Daniël 9:2), terwijl hij slechts vlak na hem leefde. Dit komen we in het Oude Testament naast deze voorbeelden vaker tegen (en voor het Nieuwe Testament geldt dit ook).
Ten tweede is het door het volgende bewezen – in ieder geval voor de boeken waar dit voorkomt – dat de boeken van God goed door de Joden zijn herkend: de boeken bevatten profetie die ten tijde van het opnemen in de canon nog niet vervuld waren, maar nu wel. Denk aan de profetie van Ezechiël 26 over Tyrus5, of de profetieën over Jezus als in Psalm 22 of Jesaja 53. Zo kunnen wij achteraf bewijzen dat deze boeken door God geschreven zijn, en daardoor is het dus ook bewezen dat de Joden, wanneer ze deze boeken ontvingen in de canon nadat ze geschreven waren, juist hebben herkend wanneer een boek door God was geïnspireerd. Dat betekent dat ze vaardig waren om door God geïnspireerde Schrift te herkennen.
Ten derde weten we dat de Geest door Paulus getuigt dat alles wat de Joden in zijn tijd herkenden als Schrift ook daadwerkelijk door God geïnspireerd was. Paulus schrijft namelijk:
"14 Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, 15 en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is. 16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, 17 opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust." - 2 Timotheüs 3:14-17 (HSV).
Wanneer Paulus Timotheüs aanspreekt over "heel de Schrift" heeft hij het over de Schrift die de Joden kenden, "de heilige Schriften", waarmee Timotheüs dus van jongs af aan is opgevoed, want Paulus kan uiteraard niet spreken over Schrift dat hij niet kent. Dit betekent dat alles wat de Joden als geïnspireerd herkenden ook daadwerkelijk geïnspireerd was. Geen enkel boek hadden zij ten onrechte herkend als geïnspireerd.
Maar het wordt nog beter.
Ten vierde is deze vaardigheid van de Joden namelijk verder bewezen wanneer Paulus door de Geest getuigt dat hen de woorden van God zijn toevertrouwd:
“1 Wat heeft de Jood dan voor op anderen? Of wat is het voordeel van het besneden zijn? 2 Veel, in alle opzichten. Want in de eerste plaats zijn hun de woorden van God toevertrouwd.” - Romeinen 3:1-2 (HSV)
Wanneer God door Paulus zegt dat Hij Zijn woorden aan de Joden heeft “toevertrouwd” – let op, dit staat in de verleden tijd – veronderstelt Hij dus dat de Joden juist hebben herkend wat daadwerkelijk Zijn woorden zijn, want ‘toevertrouwen’ bestaat uit twee delen: het uitdelen en het ontvangen.
Ieder boek wat voor de tijd van Jezus door God is geïnspireerd valt hier onder de categorie: "de woorden van God". Dat betekent dat de Joden alles wat God op schrift had gesteld ook echt hadden ontvangen, en – naast de eerder genoemde conclusie dat ze geen boeken onterecht hadden toegevoegd aan de canon – hadden ze dus ook geen boeken gemist.
Het is niet zo dat er nog een soort andere categorie van “woorden van God” was, bijvoorbeeld van boeken die door God waren geïnspireerd maar aan andere volken waren toevertrouwd in plaats van Israël. Israël was namelijk het enige volk dat voor de tijd van Jezus geïnspireerde schrift van God ontving, omdat ze een bijzonder verbond met Hem hadden:
"19 Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn verordeningen en Zijn bepalingen. 20 Zo heeft Hij voor geen enkel ander volk gedaan; die kennen Zijn bepalingen niet. Halleluja!" - Psalm 147:19-20 (HSV).
Dus het idee dat de Joden ofwel te weinig ofwel te veel boeken in hun canon hadden opgenomen, overleeft deze argumenten niet. Dat betekent dat de Joden in de tijd van Jezus alle boeken die door God waren geïnspireerd in hun canon hadden opgenomen, en dat ze daaraan geen enkel boek hadden toegevoegd.
Slechts één mogelijk tegenargument tegen deze conclusie blijft dan over: "Maar wat als de Joden een boek van God wel hadden ontvangen in de canon, maar er voor de tijd van Jezus weer uit hebben gegooid?". Dat dit een slecht tegenargument is, blijkt snel.
Als de Joden – die, zoals bewezen, ontzettend vaardig waren in het herkennen van Gods Woord – een boek in eerste plaats correct herkenden als geïnspireerd, waarom zouden ze daar later dan op terugkomen? En hoe konden ze dat doen op basis van argumenten die noodzakelijk zwak zijn – omdat het in werkelijkheid Schrift van God is – of, nog ongelooflijker, op basis van geen argumenten? Simpel: ze zouden er niet op terugkomen.
Maar stel, ter wille van het argument, dat het inderdaad gebeurde dat een geïnspireerd boek eerst werd opgenomen in de canon en voor de tijd van Jezus weer werd verwijderd. We weten dat het toevoegen aan of het afdoen van Gods Woord een serieuze zaak is en zonde (zie: Deuteronomium 12:32; Openbaring 22:18-19), dus laat staan het wegdoen van een heel boek wat je van God hebt gekregen door het expliciet te benoemen als niet door God geïnspireerd, wat de Joden in dit denkbeeldige scenario gedaan moeten hebben. Naast het feit dat het al ontzettend onwaarschijnlijk is dat de Joden dit gedurfd zouden hebben en niet te bedenken is waarom ze dit zouden doen, is het niet uit te leggen dat Jezus en het hele Nieuwe Testament hier dan nooit iets van zeggen – terwijl ze de Joden wel op allerlei andere gebieden corrigeren waar ze ernaast zitten, zoals traditie, hypocrisie, trots, interpretatie, etc., en ze wel honderden keren verwijzen naar de Schriften. Een oorverdovende stilte.
Bij dit alles komt nog dat er helemaal geen bewijs is voor dit scenario. Nergens in de Joodse geschiedenis vinden we ook maar een enkele aanwijzing dat een boek eerst werd opgenomen in de canon, om later vervolgens weggehaald te worden. Integendeel, als de geschiedenis iets laat zien, is het dat de Joden zich als geen ander volk juist rotsvast vasthouden aan de tradities die hen zijn overgeleverd door hun voorouders. De Joden kwamen, tenzij er een hele goede reden was, niet terug op de besluiten van hun voorouders. Als hun voorouders een boek accepteerden als geïnspireerd door God, zou er zo ongeveer een berg verzet moeten worden om de Joden daarop terug te laten komen.
Het idee dan, dat de Joden inderdaad boeken eerst in de canon hadden opgenomen maar voor de tijd van Jezus weer uit hadden gehaald, blijkt, in het licht van alles wat ik heb genoemd, absoluut onrealistisch, en daarom blijft de conclusie van eerder staan: de canon van de Joden in de tijd van Jezus klopte volledig, van begin tot eind.
Ten vijfde, nu de vaardigheid van de Joden om door God geïnspireerde Schrift te herkennen en te bewaren is bewezen, moet er eerst een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende groeperingen. Zo is er naast de canon van de hoofdstroming – de Farizeeën – bijvoorbeeld ook die van de Sadduceeën en de Samaritanen. Het populaire idee dat de Sadduceeën in de tijd van Jezus slechts de eerste vijf boeken van Mozes accepteerden wordt overigens helemaal niet gedragen door het beschikbare bewijs6, maar zelfs als we ter wille van het argument aannemen dat dit wel zo is, wordt deze positie van de Sadduceeën en Samaritanen door de autoriteit van Jezus en de apostelen als vals bewezen, doordat Jezus en de apostelen boeken uit ons Oude Testament naast de wet van Mozes aanhalen als het zekere Woord van God. De eerder genoemde vaardigheid en juiste canon vinden we dus in de hoofdstroming van de Joden, de Farizeeën. Het Jodendom van vandaag de dag komt in bijna alle belangrijke aspecten voort uit de stroming van de Farizeeën.
Ten zesde wil ik ook als los argument nog benoemen dat Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament verwijzen naar alle boeken van het Oude Testament met uitzondering van Hooglied en Esther7 (wat, voor zover ik weet, de enige twee uitzonderingen zijn, en waarvan makkelijk verklaard kan worden dat ze minder geciteerd worden, omdat Hooglied gaat over seks en romantiek en niet direct over God, en omdat God in Esther niet expliciet wordt genoemd), ofwel naar 37 van de 39 boeken in onze canon van het Oude Testament, en vaak met een duidelijke bevestiging dat het Schrift is. Voor de apocriefen geldt dit echter niet. Niet alleen is het zo dat er nooit naar enig boek van de apocriefen wordt verwezen als Schrift, er zijn in het hele Nieuwe Testament slechts twee duidelijke verwijzingen naar iets wat in een apocrief boek staat:
"14 Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, 15 om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben." - Judas 1:14-15 (HSV)
"35 Vrouwen hebben hun doden teruggekregen door opstanding uit de dood. Maar anderen zijn gefolterd en namen de aangeboden verlossing niet aan, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. 36 En weer anderen hebben spot en geselslagen verdragen, ja zelfs boeien en gevangenis. 37 Zij zijn gestenigd, in stukken gezaagd, in verzoeking gebracht, met het zwaard ter dood gebracht. Zij hebben rondgelopen in schapenvachten en geitenvellen. Zij leden gebrek, werden verdrukt en mishandeld." - Hebreeën 11:35-37 (HSV).
Het citaat van Henoch in Judas 1:14-15 komt overeen met wat we nu kennen als het boek van Henoch, hoofdstuk 1, vers 98. Dit betekent echter niets voor de inspiratie van het hele boek van Henoch, omdat Judas het slechts heeft over een profetie van Henoch. Dat Henoch deze woorden heeft geprofeteerd is dus een feit, maar dat Judas het boek van Henoch gebruikte als Schrift en het dus in de canon behoort volgt simpelweg niet uit dit vers. Een aantal elementen in de beschrijving van Hebreeën 11:35-37, aan de andere kant, komt in grote mate overeen met een aantal beschrijvingen in 2 Makkabeeën9 en verwijst daar dus waarschijnlijk naar. Hierbij moet echter hetzelfde gezegd worden: dat betekent niet dat het Schrift is of tot de canon behoort.
Naast deze twee uitzonderingen wordt er in het hele Nieuwe Testament nergens duidelijk verwezen naar ook maar iets in de apocriefen (bovendien is het boek van Henoch in de rooms-katholieke canon van het Oude Testament niet eens opgenomen). Als de apocriefen werkelijk door God waren geïnspireerd, is het niet uit te leggen waarom uit Tobit, Judith, Wijsheid, Jezus Sirach, Baruch en 1 en 2 Makkabeeën – naast de uitzondering die net is genoemd – niet rijkelijk geciteerd wordt, zoals met de rest van het Oude Testament duidelijk wel gebeurt. Dit is geen argument van stilte, want als de apocriefen net zo door God geïnspireerd als de rest van de Oudtestamentische boeken, zouden ze zeker op dezelfde manier behandeld worden. Het feit dat er dan slechts twee duidelijke verwijzingen zijn naar apocriefen in het gehele Nieuwe Testament, terwijl er honderden verwijzingen en citaten zijn naar en van de rest van het Oude Testament7, is niet toe te schrijven aan kans, en is bewijs dat de apocriefen niet door God zijn ingegeven.
Verder bevestigt Jezus de canon die de Joden toen hadden (die dezelfde is als degene die de Joden nu hebben, wat ik onder het volgende punt zal bewijzen) door te spreken van de eerste tot de laatste martelaar van de Schrift als hij zegt:
"34 Daarom zie, Ik zend profeten, wijzen en schriftgeleerden naar u toe, en sommigen van hen zult u doden en kruisigen, en sommigen van hen zult u geselen in uw synagogen, en u zult hen vervolgen van stad tot stad, 35 opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar." - Mattheüs 23:34-35 (HSV)
Deze Zacharia is niet, zoals velen wel denken, de Zacharia die in 2 Kronieken 24:22-24 genoemd wordt, want deze was duidelijk niet de zoon van Berechja. Jezus verwijst naar de eerste martelaar van de Schrift, Abel, en de laatste daarvan, Zacharia, zoon van Berechja (zie: Zacharia 1:1). Het feit dat de dood van Zacharia niet in de Schrift zelf is beschreven is irrelevant; het gaat erom dat Jezus niet spreekt over martelaren na de tijd van Zacharia, die genoemd worden in de apocriefen, zoals in de boeken van de Makkabeeën. Als deze boeken net als de rest van het Oude Testament geïnspireerd zouden zijn door God, is het niet te verklaren waarom Jezus de martelaren in de apocriefen compleet negeert.
Ten zevende en tot slot is het niet controversieel om te zeggen dat de canon van de Joden in de tijd van Jezus dezelfde is als degene die de Joden nu hebben. In de les hebben we het gehad over het getuigenis van Josephus en Hiëronymus, die beiden bevestigen dat de Joodse canon in hun tijd 22 (of 24, afhankelijk van de manier van tellen) boeken bevatten, waarbij Hiëronymus10 zelfs expliciet zegt van de apocriefen dat ze onder de Joden niet gevonden worden en niet tot de canon behoren.
Bijna alle vroege kerkvaders11 herhalen dit feit en maken een verschil tussen de geïnspireerde boeken en de canonieke boeken, al spreken ze elkaar soms wel tegen in de details, waarbij de één Wijsheid (van Salomo) bijvoorbeeld noemt als onderdeel van de canon en Esther weglaat, de ander Esther wel heeft en de canon van anderen weer precies overeenkomt met degene die wij kennen.
Deze kleine onenigheden in hun getuigenissen zijn echter makkelijk verklaard als fouten van de kerkvaders zelf, wat de oorzaak daarvan ook precies was (mijn gok is dat het te maken had met de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, waar veel verschillende versies van waren en daartussen ook verschillen in de lijst met boeken in het Oude Testament). Alle argumenten die ik tot nu toe heb benoemd bewijzen duidelijk dat de Joden vaardig waren om te herkennen welke boeken door God zijn ingegeven, en dat hun canon in de tijd van Jezus al vaststond, omdat ze door deze vaardigheid geen fouten maakte in het herkennen van geïnspireerde boeken.
Voor het idee dat de Oudtestamentische canon in de tijd van Jezus anders was dan de canon van nu is geen succesvol argument te maken. Zo is er geen enkel bewijs dat de Joden boeken pas honderden jaren na schrijfdatum opnamen in hun canon, of dat ze boeken, nadat hun voorouders deze hadden aangenomen, vervolgens zonder pardon uit de canon knikkerden. Bovendien spreken de in-detail-tegenstrijdige getuigenissen van dit aantal kerkvaders11 eenstemmig over het aantal boeken in het Oude Testament – 22 of 24. Om dan te denken dat, hoewel de canon van de Joden door de tijd heen dezelfde grootte bleef behouden, er boeken verwisseld zijn, is absurd, en als zoiets al geloofd kan worden, kan dat zeker niet wanneer enig bewijs voor het idee totaal ontbreekt.
De simpele waarheid is dan dat de 22/24 boeken, genoemd door Josephus, Hiëronymus en alle andere kerkvaders die erover spreken, overeenkomt met de 22/24 boeken van de huidige Joodse canon, die dezelfde zijn als onze 39 boeken van Oude Testament.
De geïnspireerde boeken van het Oude Testament zijn er niet meer, en niet minder.
________________________________________________________________________
Bronnen
-
Got Questions Ministries. (z.d.). What are the Apocrypha / Deuterocanonical books?GotQuestions.org. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.gotquestions.org/apocrypha-deuterocanonical.html
-
Winger, M. (2016b, augustus 10). How we got the OT Canon: Evidence for the Bible pt11. YouTube. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=T8vd2QXHc2I&feature=youtu.be
-
Habermas, G. (2012, 9 november). The Resurrection Argument That Changed a Generation of Scholars | Gary Habermas at UCSB. YouTube. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=ay_Db4RwZ_M
-
Leasure, R. (2021, 4 november). How We Got Our Bible. Cross Examined. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://crossexamined.org/how-we-got-our-bible/
-
Winger, M. (2016a, mei 6). The Destruction of Tyre - EVIDENCE for the Bible pt 2. YouTube. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=3t7fCLgFjuo
-
Stewart, D. (2018, 18 juli). Did the Sadducees Have a Different Old Testament Canon than the Rest of Judaism? Blue Letter Bible. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.blueletterbible.org/Comm/stewart_don/faq/right-books-in-old-testament/question13-sadducees-different-old-testament.cfm
-
Blue Letter Bible. (z.d.). N.T. Quoted from O.T. Parallel Passages - Study Resources. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.blueletterbible.org/study/misc/quotes.cfm
-
Charles, R. H. (1913). The Book of Enoch, Section I. Chapters I-XXXVI. Christian Classics Ethereal Library. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.ccel.org/c/charles/otpseudepig/enoch/ENOCH_1.HTM
-
Swan, J. (2008, 28 november). Is Hebrews 11:35-37 a Proof for the Inclusion of the Apocrypha to the Canon? Beggars All: Reformation And Apologetics. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://beggarsallreformation.blogspot.com/2008/11/is-hebrews-1135-37-proof-for-inclusion.html
-
Aviles, R. (2006, 14 juni). Did Jerome Change His Mind on the Apocrypha ? Beggars All: Reformation And Apologetics. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://beggarsallreformation.blogspot.com/2006/06/guest-blogdid-jerome-change-his-mind.html
-
Five Solae. (2022, 9 juni). Debunking the Apocrypha/Deuterocanon with History. YouTube. Geraadpleegd op 18 december 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=nKM0h-tuPm0&feature=youtu.be